Leesplankje Letterstad H. J. Kooreman omstreeks 1976.

Over dit plankje:


Dit plankje werd gebruikt bij de methode
"Letterstad" ontworpen door een werkgroep Onderwijsstad onder leiding van H.J. Kooreman.

Het leesplankje bestaat uit drie rijen met in totaal 15 gekleurde vlakken en normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben. Het plankje is tevens het deksel van de letterdoos, van kunstof en beplakt met papier met een afmeting van ca 17 x 28 cm.
Er zijn twee uitvoeringen, een beplank met papier en een met reliëf letters.

De basiswoorden die voorgedrukt staan zijn:
daan, gijs, mier, hek, au, vos,
jouk, ruit, neus, woef, put, zeep,
bal, de muur, ei, ring, school.

De uitgever van dit plankje was J.B. Wolters te Groningen.

Dit plankje heeft geen plaatjes, omdat de werkgroep beweerde dat uit onderzoek het negatieve effect van het op een dergelijke manier gebruiken van plaatjes, gebleken is. De kinderen letten dan namelijk niet zo zeer op de letters, maar op de plaatjes, waardoor we al snel denken dat van beheersing van het lezen sprake is, terwijl dat niet het geval is. In plaats van plaatjes staan boven de basiswoorden gekleurde vlakjes, waardoor toch de plaats van een basiswoord aangegeven kan worden, bijvoorbeeld: Kijk naar het woord op de eerste rij met het gele vlakje erboven.

Bij dit plankje hoorde een klassikale
leesplank , diverse handleidingen, letterdoos, hak- en plakdoos, wandbord, werkbladen, woordkaarten, letterboekjes en letterkaart, spellingboeken, oefenblokken, toetsboekje, liedjes en versjes en vijf leesboekjes Mik en Mak.


Dit is mijn eigen leesplankje.

Letterdoos.


De letterdoos bevatte alle letters en lettergrepen die in de eerste klas aan de orde kwamen (dus ook klankgroepen, zoals nk, uw, aai, ooi, oei, auw, eeuw, ieuw, lijk en ig. De ordening van de letters in de doos kwamen overeen met het stratenplan van de letterstad-plattegrond A1. Op de deksel stonden de
basiswoorden, terwijl de richels aan de binnenkant kunnen worden gebruikt om zelf woorden te leggen.

Oefeningen met de letterdoos waren:
letters op het leesplankje leggen
wisseloefeningen
koppelen van klank en letter
letters ordenen in de letterdoos.

De letterdoos is gemaakt van kunstof en heeft een afmeting van 17 bij 27cm.

Klassikale leesplank.


De leesplank vormt een van de leermiddelen van de methode. De letters van de basiswoorden, die in de richels onder de plaatjes kunnen plaatsen, vormen de rode draad door geheel blok A1 van Letterstad.

Met de leesplank konden de volgende oefeningen gedaan worden:

Auditieve synthese. Er werd bijvoorbeeld gevraagd: ' Pak de plaat van de V-O-S'.

Auditieve analyse. De opdracht luidt bijvoorbeeld: 'Welke klanken hoor je in "Mier"?'

Koppelen van klank en letter. In de richels werden de letters gezet die verklankt moeten worden.

Lezen door analyse en synthese. Er werd een woord op de leesplank gezet dat de kinderen moeten lezen.

Spellen door analyse en synthese. Er werd bijvoorbeeld gezegd: ' Leg met de letters het woord "Daan" op de leesplank.'

De klassikale leesplank is gemaakt van hout heeft zwarte stroken onder de plaatjes en heeft een afmeting van 100 bij 107cm.

Plattegrond
(wandbord eerste versie)


Deze plattegrond heeft een afmeting van.. en kon in de klas worden opgehangen.

De weg door Letterstad (wandbord).
Telkens als er een nieuwe letter aan de orde kwam en / of geleerd was, werd deze opgehangen in letterstad. Letterstad bestaat uit pleinen, straten, wijken en flats. Voor het lezen en spellen van een-lettergrepige woorden gaan we Letterstad aan de linkerkant binnen en komen we op het Klankplein. Het verkeersbord is hier het symbool van de hak- en plakdoos. Op het klankplein hakken we nl. woorden en moeten dan kiezen waar de klanken van een woord naar toe moeten. Linksboven de Medeklinkerstraat (d, n, g enz.) met daarbij het verkeersbord van deze straat. Daaronder de Tweeklankstraat. De Drie- en Vierklankstraat liggen daaronder. Vervolgens komt de Korte-Klankstraat (a, e, o, u, i) met het verkeersbord. Ten slotte is er ook nog de Lange-Klankstraat (aa, ee, oo, uu) ook met een verkeersbord.

Aan de rechterkant zien we van boven naar beneden het Klankvoetplein met het breekmannetje.
Vriendjesflat, omdat de lettercombinaties zoals lf, rf, lm, rm etc. niet losgemaakt mogen worden en niemand tussen zich in dulden, noemen we ze de vriendjes.
In Kijkflat staan telkens twee letters, waar maar een klank voor is. Het zijn ij / ei, ou / au, t / d en g / ch. Aan de rechterkant staan de letters die het minst frequent voorkomen. Het zijn de ei, au, d, en ch. In de Stomme-Klankflat wonen de hakwoorden waar je / u / hoort maar e schrijft. (de, ze, je, me, te).

Dit wandbord is gemaakt van... is cm dik en heeft een afmeting van 136 bij 93cm.

Plattegronden A1 en A2 (wandborden tweede versie).


Telkens als op de klassikale leesplank een nieuwe letter aan de orde was geweest, werd deze ook opgehangen aan de letterstad- plattegrond A1. Letterstad is opgebouwd uit pleinen, straten en wijken. De plattegronden deden dienst in blok A1 en A2. Het voornaamste kenmerk van deze plattegronden was dat de kinderen spelenderwijs de weg in Letterstad konden vinden. Ze raakten vertrouwd met het categoriseren van klanken en letters en de manier om vast te stellen hoe je woorden met behulp van een regelsysteem foutloos kon schrijven.

De plattegronden zijn gemaakt van .......en hebben een afmeting van ...
Enkele afbeeldingen op plattegrond A1 zijn:
Luchtballon
Treintje
Geit

Enkele afbeeldingen op plattegrond A2 zijn:
Treintje met muis
De tekendief
De dubbelzetter
Het hoormannetje

Deze borden zijn gemaakt van , cm dik en hebben een afmeting van 93 bij 67cm.

Hak- en plakdoos.


Met de letters uit de hak- en plakdoos konden de kinderen alle basiswoorden afzonderlijk leggen. De onderkant van de letters werden aangegeven door een zwarte streep (oriëntatie).

Het deksel bestaat uit drie gedeelten. Wanneer het eerste gedeelte werd neergeklapt, konden de kinderen woordjes maken van twee letters. Voor het leggen van woorden met drie of vier letters konden naar behoefte ook het tweede en het derde gedeelte van het deksel worden neergeklapt. Een bobbeltje links gaf aan waar met het lezen begonnen moet worden.

De doos dankt zijn naam aan het "hakken" en "plakken" dat ermee plaatsvond.
Als bijvoorbeeld het woord, d/aa/n/ op de hak- en plakdoos ligt, dan lazen de kinderen het woord door beide handen plat tegen elkaar te leggen, de d aan te wijzen met de vingertoppen (hakken!) en deze te verklanken /d/.
Ze schoven vervolgens de handen naar de aa en verklankten ook de letter /aa/.
Ze schoven de handen en de letter n werd verklankt /n/.
Vervolgens gingen ze terug naar de letter d en maakten een vegende beweging van links naar rechtse, waarbij ze de klanken samenvoegen tot /daan/ (plakken!).

Het "hakken" was dus een analysehandeling en het "plakken" de synthesehandeling. Met de hak- en plakdoos konden onder andere de volgende oefeningen gedaan worden:
begrippen oefenen.
klankpositie bepalen.
koppelen van klank en letter.
lezen door analyse en synthese.
spellen door analyse en synthese.
De hak- en plakdoos is gemaakt van kunstof en heeft een afmeting van 28 bij 10cm.

Leesboekjes Mik en Mak.


Leesseries:

Bij letterstad horden twee series van ieder vijf leesboekjes, de Mik en Mak-serie (blok1 of A1) en de Jouk-serie (blok2 of A2).

Mik en mak zijn twee leuke poppen van Jouk, het jongetje dat op de leesplank staat. Mik is klein en dik. Mak is lang en dun. De vader van Jouk heeft ze zelf gemaakt van hout. Toen Jouk 6 jaar werd, kreeg hij Mik en mak op zijn verjaardag.

" Als Jouk naar bed gaat, neemt hij Mik en mak mee; hij zet ze altijd in de vensterbank. Maar in de nacht, als Jouk slaapt, gebeurt er iets bijzonders. Als de maan opkomt, beginnen Mik en Mak te leven en gaan ze samen op avontuur. Ze halen rare kunsten uit en beleven grappige dingen. Een keer gaan ze zelfs naar de maan. Jouk merkt het niet, want hij slaapt. Maar als de nacht voorbij is en de maan verdwijnt, rennen Mik en mak weer snel naar hun plekje voor het raam. Want als de zon opkomt, wordt Jouk wakker en die mag er niets van weten. Niemand weet dat Mik en mak heel bijzondere poppen zijn alleen de kinderendie die hun boeken kunnen lezen. Zij kennen het geheim. Het geheim van Mik en Mak".

De Mik en Mak-serie hoort volgens de AVi-indeling thuis in de laagste niveaus (1-5) en kon op basis van de toenmalige Brus-opvatting ingedeeld worden in niveau 0-10. Ze waren dan ook erg geschikt voor het laagste niveau van de leesbibliotheek.

De serie vormt een overgang van plaatjesboek naar leesboek en kenmerkt zich door een zeer geleidelijke opbouw van de moeilijkheidsgraad, uiteraard geheel parallel lopend met de leerinhouden die in Letterstad aan de orde komen.

Deel 1. In de kar (na au / vostijd)
Deel 2. Vies en nat (na neustijd)
Deel 3. Naar zee (na zeeptijd)
Deel 4. Een dief in huis (na muurtijd)
Deel 5. Op reis naar de maan (na schooltijd).
De boekjes zijn 24 bij 19cm.

Leesboekjes Jouk.
(eerste en tweede versie)


De Jouk-serie bestaat uit vijf deeltjes, die hoorde bij blok2 (A2) van Letterstad.

Jouk is een jongen die op de leesplank staat. Hij is zes jaar en zit in de eerste klas. Hij is een stoer ventje, maar soms is zijn jongere zusje Els hem de baas. Liesbet de dochter van de bakker is erg ondernemend. Zij heeft meestal de leiding. Ankie van de boerderij is een echt buitenkind. een gelijkmatig en wat beschouwelijk type. De tweeling Peter en Marieke zijn erg zelfstandig. Ze hebben geen vader en samen met moeder zorgen ze ervoor dat thuis de zaak goed verloopt. Het is niet zo dat de meisjes altijd lief en zacht zijn en de jongens stoer en ondeugend. Het gedrag wordt meer bepaald door hun leeftijd en de omstandigheden waarin ze opgroeien.

De inhoud van de verschillende deeltjes is in grote lijnen als volgt:

Deeltje 1. Jouk en Els
De hoofdpersonen zijn Jouk en zijn zusje Els. De hond van Jouk (Woef) is ook van de partij. De verhaaltjes spelen zich af in en om het huis van Jouk.

Deeltje 2. Liesbet van de winkel
Liesbet woont bij Jouk in de buurt. Haar ouders hebben een bakkerij. Ze is erg ondernemend. Samen met Jouk maakt ze een kar. Als er brand is in de buurt staan ze er natuurlijk met hun neus bovenop.

Deeltje 3. Ankie van de boerderij.
Ankie zit bij Jouk in de klas. Ze is een echt buitenkind en is goed op de hoogte van alles wat er op de boerderij gebeurt. Ze krijgt een fiets en gaat op stap. Ze verdwaalt in de stad maar dank zij een vriendelijke mevrouw belandt ze veilig bij haar vriendje Jouk.

Deeltje 4. De tweeling.
Er komen twee nieuwe kinderen bij Jouk in de klas, een tweeling. Ze moeten eerst wat wennen aan hun nieuwe omgeving, maar dan blijken het leuke vriendjes te zijn. De verhuizing van alles en wat daarmee samenhangt, wordt beschreven. Ze bouwen samen een hut en worden "bedreigd" door grote jongens, maar dank zij Woef loopt het goed af.

Deeltje 5. Het feest van Jouk.
Jouk wordt zeven jaar. Hij krijgt van iedereen in huis een cadeau dat zelf gemaakt is. Opa en oma uit Friesland komen met de trein en Jouk mag mee naar het station. Als zijn vriendjes op bezoek komen, neemt de geheimzinnige "boef met baard" de pannekoeken mee. Bij een speurtocht gaan ze de boef achterna en dan wordt het feest besloten met een picknick.

De boekjes zijn 24 bij 19cm.

Handleidingen.


Onder de titel "Reisgids door Letterstad" verschenen twee praktische handleidingen. Voor blok 1 (A1) en Blok 2 (A2). In deze handleidingen staan onder andere een verantwoording van de inhoud en structuur van deze methode, een gedetailleerde beschrijving van de leermiddelen en toepassingen daarvan, een uitvoerige instructie voor het afnemen van de toetsen en (het allerbelangrijkst) ze geven een unieke van-dag-tot-dag-begeleiding voor de leerkracht.

Handleiding bij de spellingboeken A en B:
In handleidingen A wordt het Hakboekje, Aanvulboekje en Nakijkboekje behandeld.
In handleiding B de Baasboekjes en klankteenboekjes. Ook was deze handleiding (onafhankelijk van Letterstad) te gebruiken door remedial teachers, stimuleringsleerkrachten en andere individuele of groepsbegeleiders.

 

L4O benadering:
In deze benadering staat diepgaande informatie over de theoretische grondslagen van de methode Letterstad die is toegepast op het lezen en spellen.

De handleidingen zijn 24 bij 16cm.

Letterplaten.


De letterplaten dienen om essentiële kenmerken van de letters en de klankgroepen te visualiseren. Tevens zijn op de letterplaten enkele spellingsgevallen afgebeeld.

De letterplaten zijn 30 bij 20cm.

Spellingplaten.

Informatie volgt

Woordkaarten.


Woordkaarten:
Met het oog op de gewenste differentiatie kregen de kinderen op gezette tijden (in de van-dag-tot-dag-begeleiding aangegeven) woordkaarten in handen. Op een woordkaart staan woorden, zinnen of een kort verhaaltje, die door de kinderen werden gelezen en overgeschreven en waarbij ze een tekeningetje konden maken.

Vanaf " hektijd" hoorde bij elke tijd een doosje met woordkaarten. In totaal waren er twaalf doosjes. Er waren vier soorten woordkaarten die door de kleur van de rand van elkaar te onderscheiden waren. De kleuren zijn groen, rood, blauw en bruin.

De woordkaarten zijn ? bij ?cm.

Cassette liedjes bij letterstad.


De liedjes en versjes van Letterstad die op dit cassettebandje staan zijn voormamelijk gebaseerd op de bekende "klassieke" kinderrijmpjes. Deze liggen makkelijk in het gehoor zodat het instuderen weinig tijd vergt. Bij veel van deze liedjes horden spelletjes, bewegingen "dansjes" die ook bij Letterstadliedjes gebruikt konden worden.

Letterboekjes.


Met deze boekjes konden de kinderen spelenderwijs de beginselen van het schrijven van letters onder de knie krijgen en waarmee ze vooral ook vertrouwd raakten met het aanhouden van de juiste schrijfrichting.

De boekjes zijn 16,5 bij 13cm.

Oefenboekjes.


De twee oefenboeken A1 en A2 werden op twee manieren gebruikt.
Als naslagwerk voor de onderwijsgevende die snel oefenmateriaal ter beschikking wilde hebben en voor de hulp aan een individuele leerling of een groepje leerlingen.

De boekjes zijn bij ? cm.

Werkbladen.


De werkbladen hadden een belangrijke functie in de methode. Zowel in de praktische handleidingen als op de werkbladen zelf is aangegeven welke opdrachten uitgevoerd moesten worden.

Voor blok A1 waren er negen soorten:
leesplankplaatjes
begrippen oefenen (links, vooraan, achterste, ervoor enz.)
auditieve synthese-plaatjes.
letters omcirkelen (het discrimineren van letters)
letters invullen
auditieve analyse
puzzels
woorden omcirkelen
zinnen lezen.

Voor blok A2 waren er drie soorten:
het spellen van mkm (medeklinker, klinker, medeklinker) woorden zonder meerdere medeklinkers voor- of achternaam
het spellen van woorden met meerdere medeklinkers vooraan of achteraan
het leren hanteren van het regelsysteem voor zuiver schrijven.

De boekjes zijn 21 bij 16,5cm.

Toetsboekjes.


Blok 1A en 2A kennen beide een toetsboekje.
De toetsen die in deze boekjes staan zijn gebaseerd op het principe van "mastery learning". Dit hield in, dat ernaar gestreefd moest worden dat tenminste 90% van de leerlingen 90% van de toetsopgaven goed maakten. Een aantal experimenten en de opgedane gebruikerservaring heben bewezen dat dit mogelijk is met Letterstad.

De boekjes zijn 21 bij 16,5cm.

Werkboekjes.


De werkboekjes waren een onderdeel van zowel blok A als blok B. Ze gaven een schematisch overzicht van de belangrijkste oriëntatiepunten van Letterstad en een aantal oefenbladen en bladzijden met plaatjes waaraan schrijfopgaven verbonden zijn. De boekjes zijn ook in de uitvoering A1 en A2 uitgegeven.

De boekjes zijn 21 bij 16,5cm.

Hakboek 1, Aanvulboek 1 en Nakijkboek 1.


Als de leerling de letters tot en met een gegeven basiswoord kon en de auditieve enigermate beheerste, dan kon de volgende werkwijze toegepast worden:

a. Een leerling kreeg het Hakboek 1 en de andere het Nakijkboek 1. De leerling met het Hakboek moest de plaatjes benoemen en het woord in klanken verdelen (hakken). De leerling met het nakijkboek kon controleren of het goed ging, omdat onder elk plaatje van het Nakijkboek het woord geschreven stond. Na een (van tevoren afgesproken) aantal plaatjes (bijv. 1 pagina) verwisselden de leerlingen van rol.

Als het benoemen en in klanken verdelen goed ging, kon overgestapt worden naar:

b. Een leerling kreeg Aanvulboek 1 en moest de woorden die onder de plaatjes stonden en waarvan een letter ontbrak, opschrijven in zijn dicteerschrift. Dit moest gebeuren door bovenaan de tijd (vos,jouk,ruit enz.) te noteren en daaronder volgens hetzelfde schema als in het Aanvulboek 1 de woorden op te schrijven. De leerling kon zichzelf controleren door met behulp van Nakijkboek 1 na te gaan of hij de woorden goed opgeschreven had. Vanzelfsprekend kan ook de onderwijzer(es) controleren of de woorden in het dicteeschrift goed opgeschreven waren.

Als het werken met het Aanvulboek 1 goed ging, kon er overgestapt worden naar:

c. Een leerling kreeg Hakboek 1. Er stond niets onder de plaatjes. Zonder lettersteun moesten de bij de plaatjes behorende woorden in het dicteeschrift geschreven worden. De procedure was gelijk aan die van b.

De boekjes zijn 21 bij 16,5cm.


Hakboek 2 en Nakijkboek 2.


Als de leerlingen de medeklinkerscombinaties en de lettergroepenvan een bepaalde tijd enigermate beheersten, dan kon de volgende werkwijze toegepast worden:

a. Een leerling kreeg het Hakboek 2A en de andere leerling het Nakijkboek 2A. De leerling met het Hakboek 2A moest de plaatjes benoemen en het woord in klanken verdelen (hakken). De leerling met het Nakijkboek 2A kon controleren of het goed ging, omdat onder elk plaatje van het Nakijkboek 2A het woord geschereven stond. De leerlingen werkten twee aan twee (de diade) en verwisselden na een (van tevoren afgesproken) aantal plaatjes (bijv. 1 pagina) van rol.

Als het benoemen en het in klanken verdelen goed ging, kon worden overgestapt naar:

b. b. Een leerling kreeg Hakboek 2A en moest de woorden die onder de plaatjes stonden opschrijven in zijn dicteerschrift. Dit opschrijven moest gebeuren door het nummer van de bladzijde te noteren en daaronder volgens hetzelfde schema als in het Hakboek 2A de woorden op te schrijven. De leerling kon zichzelf controleren door met behulp van Nakijkboek 2A na te gaan of hij de woorden goed opgeschreven had. Vanzelfsprekend kon ook de onderwijzer(es) controleren of de woorden in het dicteeschrift goed opgeschreven waren.

De boekjes zijn 21 bij 16,5cm.

Profaxboekjes.


Bij het A2 Profaxboek moest de goede letter of de goede lettercombinatie gekozen worden om tot een zinvol (complex) hakwoord te komen. Een leerling moest kiezen welk letter(s) ingevuld moest(en) worden. Als het onderste antwoord gekozen werd dan moest naar het onderste vierkantje gekeken worden enz.

De boekjes zijn ? bij ?cm.

Baasboekjes (met) en (zonder).


In deze boekjes staan plaatjes van klankteenvoetenwoorden. Er zijn vijf soorten oefeningen die parallel liepen met de volgorde van blok 2 van Letterstad:
a. Tekendief of Hoormannetje
b. Dubbelzetter of Hoormannetje
c. tekendief, Dubbelzetter of Hoormannetje
d. Niet een, maar twee.....(serie 1)
e. Niet een, maar twee.....(serie 2)

In alle vijf de gevallen moest uiteindelijk een klankteenvoetenwoord geschreven worden, nadat was nagegaan of de Tekendief, het Hoormannetje of de Dubbelzetter de baas is.



De boekjes zijn ? bij ?cm.

Klankteenboekjes.


Deze boekjes zijn gemaakt voor leerlingen die veel problemen hadden met het uitluisteren van de klankteen. Onder een plaatje staat een woord dat volgens de regel van het Hoormannetje geschreven werd. Alleen de klankteen van het woord (een medeklinker of een tweetenenklank) is niet ingevuld. De leerlingen moesten het woord inclusief klankteen opschrijven.

De boekjes zijn ? bij ?cm.

Leesplankje H. J. Kooreman omstreeks 1976.

Leesplankje H. J. Kooreman omstreeks 1976.
Leesplankje H. J. Kooreman omstreeks 1976.
Letterdoosje H. J. Kooreman omstreeks 1976.
Klassikale leespank Letterstad H.J. Kooreman 1976
Plattegrond Letterstad H.J. Kooreman 1976
Plattegrond A1 Letterstad H.J. Kooreman 1976
Plattegrond A2 Letterstad H.J. Kooreman 1976
Hak en plakdoos Letterstad H.J. Kooreman 1976
Eerste leesboekje Mik en Mak Kooreman letterstad 1976
Tweede leesboekje Mik en Mak Kooreman letterstad 1976
Derde leesboekje Mik en Mak Kooreman letterstad 1976
Vierde leesboekje Mik en Mak Kooreman letterstad 1976
Vijfde leesboekje Mik en Mak Kooreman letterstad 1976
Eerste leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Tweede leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Derde leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Vierde leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Vijfde leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Ik zoek nog Eerste leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Tweede leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Derde leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Vierde leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Ik zoek nog Vijfde leesboekje Jouk Kooreman letterstad 1976
Handleiding Blok 1 Letterstad H.J. Kooreman 1976
Handleiding A1 Letterstad H.J. Kooreman 1976
Handleiding A2 Letterstad H.J. Kooreman 1976
Handleiding A spellingboeken Letterstad H.J. Kooreman 1976
Handleiding B spelling Letterstad H.J. Kooreman 1976
Handleiding L40 Letterstad H.J. Kooreman 1976
Letterplaat Letterstad H.J. Kooreman 1976
letterplaat letterstad 1976
Ik zoek nog Woordkaart Letterstad H.J. Kooreman 1976
Cassettebandje liedejes bij Letterstad H.J. Kooreman 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976
derde serie letterplaten letterstad 1976

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden