Leesplankje M.B. Hoogeveen 1931 t/m 1932.

Over dit plankje:


Dit "verbeterde leesplankje" is gebruikt bij
"Hoogeveen's verbeterde leesmethode".
Dit is de tweede uitgave.

Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal 17 afbeeldingen van 4 cm hoog en 17 normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben.

Het plankje is van hout beplakt met papier en de afmeting is ca 30 x 22,5 cm.

De woorden zijn:
aap, noot, mies, wim, zus, jet,
teun, vuur, gijs, lam, kees, bok,
weide, does, hok, duif, schapen.

De uitgever van dit plankje was
in 1931 J.B. Wolters - Groningen - Den Haag.
In 1932 J.B. Wolters - Groningen - Batavia.
In 1933 J.B. Wolters - Groningen - Den Haag - Batavia.
In 1931 kostte dit leesplankje inclusief de letterdoosjes fl 1,20.

De illustrator was Cornelis Jetses.

Bij dit plankje hoorden twee letterdoosjes, een klassikale leesplank met standerd, een handleiding, een dicteerdoosje, een vertelselplaat en zes leesboekjes.

Dit is mijn eigen leesplankje.




Letterdoosjes.


Het grote letterdoosje heeft een diameter van
7,5 cm en is 2,7 cm hoog en bevat 47 lettertjes, het kleine 5,5 cm en is 2 cm hoog en bevat 14 lettertjes. De twee doosjes zijn van metaal en rood van kleur. Het grote doosje kan alle lettertjes bevatten. Het kleine wordt gebruikt, wanneer de leerlingen de lettertjes van elke rij afzonderlijk leren leggen.

De lettertjes zijn van stevig pletbord vervaardigd, 23 mm hoog en voor een enkel letterteken 12 mm, en voor een dubbel 16 mm breed. De lettertjes hebben een zwarte streep, die steeds onderaan moeten komen om te voorkomen dat de letters op de kop neergelegd worden.

Als er lettertjes verloren raakten werden er bij de uitgever letterstrookjes aangeschaft. De lettertjes op deze strookjes werden met een schaar losgeknipt of nog beter met een beiteltje afgestoken.

Op de rand van het dekseltje staat:
J.B. Wolters te Groningen - Den Haag.

Klassikale leesplank.


De plaatjes van de klassikale leesplank zijn 4 maal zo hoog en breed als die op het leesplankje. Onder elk plaatje zijn zoveel spijkertjes geslagen, als er letters onder hangen moeten en aan elk spijkertje komt een grote kartonnen letter te hangen, 8 cm hoog; de breedte wisselt met de breedte van de letter. Boven in 't karton van elke letter is een koperen oog aangebracht, waarmee ze aan 't spijkertje kan gehangen worden. Onderaan de leesplank is een smal bakje, waarin met de letters gewerkt kan worden; dit verklaart dus de vierde gleuf op 't plankje. De leesplank kan worden opgehangen of op een ezel gezet.
In 1931 kostte deze klassikale leesplank
fl 14,25.

Zowel het leesplankje als de klassikale leesplank noemen we de "verbeterde leesplank". Dit komt omdat de eerdere "leesplanken met het gat" van M.B. Hoogeveen volledig vernieuwd is. C. Jetses maakte nieuwe illustraties die het een veel aantrekkelijker aanzien gaf. Hierdoor werd de leesmethode een succes.

Vertelselplaat.


De vertelselplaat vormt een centraal onderdeel in Hoogeveen's methode voor het aanvankelijk lezen. De centrale figuur op de plaat is Teun, een man die een aapje aan een touw heeft. Op de plaat is van alles te beleven. De afbeeldingen van de vertelselplaat zijn terug te vinden op het leesplankje. De plaat heeft een afmeting van 110cm bij 82 cm en is van karton.
In 1931 kostte deze vertelselplaat fl 4,90.


Vanaf 1932 is de plaat gemoderniseerd. Kenmerken van de nieuwere versie zijn een auto en in plaats van een oude vrouw met een zwarte jurk een boerin.


Het kenmerkende van de leesmethode van Hoogeveen is dat de leerlingen door middel van de vertellingen in een keer met alle normaalwoorden tegelijk in aanraking kwamen. Vervolgens herkenden ze de figuren uit de vertelling op de vertelselplaat. wanneer ze daarna het plankje in handen kregen waren de afbeeldingen reeds bekend en konden door de leerlingen zelf benoemd worden.

Op deze vertelselplaat staat J.B. Wolters - Groningen - Den Haag en is herkenbaar aan een smalle grijze rand.

Handleiding.


Handleiding voor het aanvankelijk leesonderwijs. Toelichting bij Hoogeveen's leesplank en bij de vertelselplaat, geïllustreerd en gebonden. In deze twee handleidingen (tiende druk uit 1932) is beschreven hoe de lesmaterialen te gebruiken. De handleiding heeft een afmeting van 15 cm bij 23 cm, en telt ongeveer 156 pagina's.
In 1931 kostte deze handleiding fl 2,75.

Leesboekjes.


Bij dit plankje van Hoogeveen's leesmethode horen zes leesboekjes. Het betreft een Nieuwe uitgave opnieuw geillustreerd door C. Jetses. Ongetwijfeld wordt hierdoor de aantrekkelijkheid van de uitgave zeker verhoogd.
De boekjes zijn bewerkt door M.B. Hoogeveen, Jan Ligthart en H. Scheepstra.

De leesboekjes zijn 21 bij 17 cm.
In 1931 kostte een leesboekje fl 0,45.


Het eerste leesboekje bevat behalve de woordjes van het leesplankje (normaalwoorden) alleen woorden van de vorm oom, moe en raam, en geen woorden, die met b,d,h,k,p of t beginnen, of op b of d eindigen. Als de leerlingen een normaalwoord niet herkennen, worden ze naar de leesplank verwezen. Het boekje vormt zo een heel geleidelijke overgang van het leesplankje naar het leesboekje.

Het tweede leesboekje bevat nog alleen de woorden van de vorm oom, moe en raam. In de tweede helft staan ook woorden, die met b, d, h, k, p, of t beginnen en die geen normaalwoorden zijn; b en d aan 't eid komen nog niet voor.

Het derde leesboekje bevat hoofdzakelijk nog eenlettergrepige woorden, maar nu komen ook twee medeklinkers naast elkaar voor: aan 't eind of aan 't begin. Verder is af en toe het woord "heb" gebruikt. De stof bevat geen enkele "moeilijkheid", daardoor kan alle aandacht aan het technisch lezen besteed worden. Elk lesje staat nog op een bladzijde.

In het vierde leesboekje wordt bekendheid verondersteld met de stomme e, de volkomen klinkers in open lettergrepen, de dubbele medeklinkers en de d aan 't eind. De woorden en zinnen zijn nog heel eenvoudig van vorm; de inhoud is zodanig, dat hij door zeer middelmatige leerlingen begrepen wordt. Elk lesje kan worden gelezen, zonder dat een blad behoeft te worden omgeslagen. In het 12de lesje ziet men, welk boekje met dit parallel kan gaan. Pim en Mien I is weer iets gemakkelijker dan dit vierde stukje en kan dus tegelijk met dit gebruikt worden ter oefening in het vaardig lezen. het verdient aanbeveling, de moeilijkste woorden van de lesjes uit dit vierde stukje, voor ze te laten lezen, eerst nog op het leesplankje (of op het dicteerplankje) te laten leggen.

Het vijfde leesboekje kan worden gelezen, als de tweeklanken, de overbodige w, de ng en de nk op het leesplankje behandeld zijn en de bordlesjes uit de Handleiding, welke hierop betrekking hebben, geheel of gedeeltelijk zijn behandeld. Naast dit deeltje gebruikte men het tweede of derde stukje van Pim en Mien.

Het zesde leesboekje komen als nieuwe moeilijkheden voornamelijk voor: sch = s en de achtervoegsels ig en lijk. De woorden en de zinnen zijn alleen naar de vorm iets moeilijker genomen dan in de vorige stukjes; de inhoud is overal even eenvoudig. om het lezen van moeilijker boekjes voor te bereiden, zijn in de laatste lesjes de zinnen niet meer regel voor regel geplaatst. Naast dit boekje gebruikte men Pim en Mien IV.

De tweede serie boekjes (hiernaast afgebeeld) zijn uitgegeven voor de Christelijke school en bewerkt door A. J. Drewes.

Net als het leesplankje zijn de boekjes uitgegeven door J.B. Wolters - Groningen - Den Haag.

Leesoefeningen.


Lees- en bordoefeningen, bevatte de uitvoerige en methodisch gerangschikte woordenrijen en leesoefeningen, genoemd in de handleiding met illustraties van C. Jetses. Onder een tweede serie met kleine letters.

Standaard voor klassikale leesplank.

De standaard heeft een afmeting van 200 cm hoog , 85 cm breed, 70 cm diep en is gemaakt van hout. Op deze standaard werd de klassikale leesplank hoog voorin de klas gemonteerd. Deze plank was dan goed te zien. De kinderen konden op de twee treden stappen om bij de leespank te komen. In 1931 kostte deze standaard fl 13,50.

Dicteerdoosje.


Het dicteerdoosje heeft een afmetig van 24 x 17 x 4,5 cm. het opengeslagen deksel, met 7 gleuven, doet dienst als legplankje (dicteerplankje). Elk hokje bevat 7 kaartjes. Van de meest gebruikte letters (n,s,t en de toonloze e, het "kleintje") zijn 14 exemplaren in het doosje, 2 hokjes vol dus. Bovendien zijn er naast 7 a's nog 7 a's en zo ook 7 e's, 7 i's, 7 o's en 7 u's in opgenomen. In 1931 kostte dit verbeterd dicteerdoosje fl 1,90.

Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1931 t/m 1932.

Leesplankje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies.

letterdoosje  M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
letterstrookje  M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Klassikale leespank  M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Vertelselplaat M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Handleiding M.B. Hoogeveen  1932. Aap Noot Mies
Derdeleesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Vierde leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Vijfde leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Zesde leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Tweede leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932 voor de Christelijke school en bewerkt door A. J. Drewes.. Aap Noot Mies
Derdeleesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Vierde leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Vijfde leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932 voor de Christelijke school en bewerkt door A. J. Drewes.. Aap Noot Mies
Zesde leesboekje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Eerste leesboekje M.B. Hoogeveen 1940-1949. Aap Noot Mies
Tweede leesboekje M.B. Hoogeveen 1940-1949. Aap Noot Mies
Derde leesboekje M.B. Hoogeveen 1940-1949. Aap Noot Mies
Vierde leesboekje M.B. Hoogeveen 1940-1949. Aap Noot Mies
Vijfde leesboekje M.B. Hoogeveen 1940-1949. Aap Noot Mies
Zesde leesboekje M.B. Hoogeveen 1940-1949. Aap Noot Mies
Klassikale leesplank standaard M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies
Dicteerdoosje M.B. Hoogeveen  1931-1932. Aap Noot Mies

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden