Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1950 t/m 1957.

Vanaf 1950 t/m 1957.

In bezit
Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1950 t/m 1957.

Specificaties

Uitgave
Dit "verbeterde leesplankje" is gebruikt bij "Hoogeveen's verbeterde leesmethode". Dit is de vierde versie van de tweede uitgave.
Jaar / periode
Vanaf 1950 t/m 1957.
Uitgeverij
J.W. Wolters.
Stad
Groningen - Djakarta.
Illustrator
Cornelis Jetses, het ontwerp J. Ligthart en H. Scheepstra De bedenker van het leesplankje was M. B. Hoogeveen.
Normaalwoorden
Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal zeventien afbeeldingen van 4 cm hoog en zeventien normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben. De woorden zijn: aap, noot, mies, wim, zus, jet, teun, vuur, gijs, lam, kees, bok, weide, does, hok, duif, schapen.
Afmeting
ca 30 x 22,5 cm.
Materiaal
Het plankje is van hout beplakt met papier. Bij dit plankje hoorden twee letterdoosjes, een klassikale leesplank met standaard, een handleiding, een dicteerdoosje, een vertelselplaat en zes leesboekjes.
Gebruikt in
1950 t/m 1957 en bij dit plankje zijn ten opzichte van het eerder uitgebrachte plankje nagenoeg geen wijzigingen aangebracht.

Letterdoosjes.

Het kleine letterdoosje heeft een diameter van
5,5 cm en is 2 cm hoog en bevat zeventien lettertjes van de eerste regel, het grote doosje is 7,5 cm en is 2,7 cm hoog en bevat achtendertig lettertjes (inclusief de twee streepjes) van de tweede en derde regel. Tevens bevat dit doosje nog een bundeltje met acht lettertjes: b, e, g, ee, r, l, i en f, die voorlopig overcompleet zijn. Ze zijn later nodig om zinnetjes te kunnen maken. De twee doosjes zijn van metaal. Het kleine doosje bevatte de lettertjes van de eerste regel. Het grote doosje de lettertjes van de tweede en derde regel. Na een paar weken worden de lettertjes van het kleine doosje in het grote doosje bij alle andere lettertjes gedaan. Het kleine doosje wordt leeg opgeborgen en er wordt verder gewerkt met alle lettertjes uit het grote doosje..

De lettertjes zijn van stevig pletbord vervaardigd, 23 mm hoog en voor een enkel letterteken 12 mm, en voor een dubbel 16 mm breed. De lettertjes hebben een zwarte streep, die steeds onderaan moeten komen om te voorkomen dat de letters op de kop neergelegd worden.

Als er lettertjes verloren raakten werden er bij de uitgever letterstrookjes aangeschaft. De lettertjes op deze strookjes werden met een schaar losgeknipt of nog beter met een beiteltje afgestoken.

Op de rand van het dekseltje staat:
J.B. Wolters – Groningen – Djakarta.

Beide doosjes heb ik in bezit.


Klassikale leesplank.

De leesplank is verbeterd. De gaatjes en spijkertjes zijn vervallen, de letters worden door de gleuven op hun plaats geschoven. Nu kunnen nieuwe woorden en zinnen worden samengesteld en klassikaal aangeboden. De leesplank is voorzien van haken, zodat hij kan worden opgehangen.

Deze leesplank met gleuven kon ook gebruikt worden bij de taalmethode “Ontluikend Leven” van Mej Alderts; in het klassikale leesmateriaal van Ontluikend Leven komen n.l. ook de hiernaast staande normaalwoorden voor.

Deze leesplank heb ik in bezit.


Leesboekjes.

Bij dit plankje van Hoogeveen’s leesmethode horen zes leesboekjes. De boekjes zijn bewerkt door M.B. Hoogeveen, Jan Ligthart en H. Scheepstra, geillustreerd door C. Jetses en (na het het overlijden van Gilles van Hees in 1955) verzorgd door Jan Boer.

De leesboekjes zijn 21 bij 17 cm.
In 1955 kostte een leesboekje fl 0,75.

Het eerste boekje, van een reeks van zes, kan aan de leerlingen al vrij spoedig in handen worden gegeven. Ze kunnen er ter afwisseling voor de aardigheid nu en dan een lesje lezen. Het bevat buiten de normaalwoorden: bok, does, hok enz. nog geen woorden, die met een b,d,h,k,p of t beginnen, of op b of d eindigen. Uitgezonderd het woordje het . Voor men het derde lesje (over mies) laat lezen, dicteert men dan het woordje het (het vuur, het lam, het raam) op het leesplankje; daarna wordt het voor enige tijd in een hoekje op ’t zwarte bord “vereeuwigd”. Als de leerlingen een normaalwoord niet herkennen, worden ze naar de leesplank verwezen.

Het tweede leesboekje bevat behoudens een paar gemakkelijke uitzonderingen, alleen woorden van de vorm oom, moe en raam en in het begin nog geen woorden, die met b, d, h, k, p, of t beginnen, behalve wanneer het normaalwoorden zijn; b en d aan ’t eind komen nog niet voor.

Het derde leesboekje bevat hoofdzakelijk nog eenlettergrepige woorden, maar nu komen ook twee medeklinkers naast elkaar voor: aan ’t eind of aan ’t begin. Verder is af en toe het woord “heb” gebruikt. De stof bevat geen enkele “moeilijkheid”, daardoor kan alle aandacht aan het technisch lezen besteed worden. Elk lesje staat nog op een bladzijde.

In het vierde leesboekje wordt bekendheid verondersteld met de stomme e, de volkomen klinkers in open lettergrepen, de dubbele medeklinkers en de d aan ’t eind. De woorden en zinnen zijn nog heel eenvoudig van vorm; de inhoud is zodanig, dat hij door zeer middelmatige leerlingen begrepen wordt. Elk lesje kan worden gelezen, zonder dat een blad behoeft te worden omgeslagen. In het 12de lesje ziet men, welk boekje met dit parallel kan gaan. Pim en Mien I is weer iets gemakkelijker dan dit vierde stukje en kan dus tegelijk met dit gebruikt worden ter oefening in het vaardig lezen. Het verdient aanbeveling, de moeilijkste woorden van de lesjes uit dit vierde stukje, voor ze te laten lezen, eerst nog op het leesplankje (of op het dicteerplankje) te laten leggen.

Het vijfde leesboekje kan worden gelezen, als de tweeklanken, de overbodige w, de ng en de nk op het leesplankje behandeld zijn en de bordlesjes uit de Handleiding, welke hierop betrekking hebben, geheel of gedeeltelijk zijn behandeld. Naast dit deeltje gebruikte men het tweede of derde stukje van Pim en Mien.

In het zesde leesboekje komen als nieuwe moeilijkheden voornamelijk voor de achtervoegsels ig en lijk. De woorden en de zinnen zijn alleen naar de vorm iets moeilijker genomen dan in de vorige stukjes; de inhoud is overal even eenvoudig. Naast dit boekje gebruikte men Pim en Mien IV.
Net als het leesplankje zijn de boekjes uitgegeven door J.B. Wolters – Groningen – Djakarta.


De tweede serie boekjes zijn bewerkt door Jan Boer.

Ik mis nog diverse boekjes in mijn collectie.