Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1940 t/m 1949.

Vanaf 1940 t/m 1949.

In bezit
Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1940 t/m 1949.

Specificaties

Uitgave
Dit "verbeterde leesplankje" is gebruikt bij "Hoogeveen's verbeterde leesmethode". Dit is de derde versie van de tweede uitgave.
Jaar / periode
Vanaf 1940 t/m 1949.
Uitgeverij
J.W. Wolters.
Stad
Groningen - Batavia.
Illustrator
Cornelis Jetses, het ontwerp J. Ligthart en H. Scheepstra De bedenker van het leesplankje was M. B. Hoogeveen.
Normaalwoorden
Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal zeventien afbeeldingen van 4 cm hoog en zeventien normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben. De woorden zijn: aap, noot, mies, wim, zus, jet, teun, vuur, gijs, lam, kees, bok, weide, does, hok, duif, schapen.
Afmeting
ca 30 x 22,5 cm.
Materiaal
Het plankje is van hout beplakt met papier. Bij dit plankje hoorden twee letterdoosjes, een klassikale leesplank met standaard, een handleiding, een dicteerdoosje, een vertelselplaat en zes leesboekjes.
Gebruikt in
1940 t/m 1949 en bij dit plankje zijn ten opzichte van het eerder uitgebrachte plankje nagenoeg geen wijzigingen aangebracht. Dit is een zwarte uitgave.

Letterdoosje.

Het kartonnen letterdoosje heeft een afmeting van 9,5 cm lang, 7 cm breed en 3,3 cm hoog en bevat vijfenvijftig lettertjes.

De lettertjes zijn van stevig pletbord vervaardigd, 23 mm hoog en voor een enkel letterteken 12 mm, en voor een dubbel 16 mm breed. De lettertjes hebben een zwarte streep, die steeds onderaan moeten komen om te voorkomen dat de letters op de kop neergelegd worden.

Als er lettertjes verloren raakten werden er bij de uitgever letterstrookjes aangeschaft. De lettertjes op deze strookjes werden met een schaar losgeknipt of nog beter met een beiteltje afgestoken.

Dit letterdoosje heb ik in bezit.


Klassikale leesplank.

De plaatjes van de klassikale leesplank zijn vier maal zo hoog en breed als die op het leesplankje. Onder elk plaatje zijn zoveel spijkertjes geslagen, als er letters onder hangen moeten en aan elk spijkertje komt een grote kartonnen letter te hangen, 8 cm hoog; de breedte wisselt met de breedte van de letter. Boven in ’t karton van elke letter is een koperen oog aangebracht, waarmee ze aan ’t spijkertje kan gehangen worden. Onderaan de leesplank is een smal bakje, waarin met de letters gewerkt kan worden; dit verklaart dus de vierde gleuf op ’t plankje. De leesplank kan worden opgehangen of op een ezel gezet.

Deze plank heb ik in bezit, echter is dit een afbeelding van een andere leesplank.