Leesplankje J. H. Colenbrander omstreeks 1910.

Omstreeks 1910.

In bezit
Leesplankje J. H. Colenbrander omstreeks 1910.

Specificaties

Uitgave
Dit leesplankje behoort bij de leesmethode "De nieuwe leerwijze voor het eerste onderwijs in lezen en zuiver schrijven". Dit is de derde uitgave van J.H. Colenbrander.
Jaar / periode
Omstreeks 1910.
Uitgeverij
A.E. Kluwer
Stad
Deventer
Illustrator
Johanna Berdina Bokhorst.
Normaalwoorden
Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal zestien afbeeldingen en normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben. De woorden zijn: geit, zeep, does, hout, roos, wiel, haan, beuk, duif, schuur, mes, vat, bijl, hok, juk, wip.
Afmeting
ca 30,5 x 22,5 cm.
Materiaal
Het plankje is van hout beplakt met papier. Bij dit plankje hoorden letterkaartjes en een letterdoosje, grote leesplaat en/of leesplank voor klassikaal gebruik, oefeningen " ik leer mijzelf", vijf leesboekjes" Blijde kleuters" en een toelichting getiteld "Recht op het doel af".
Gebruikt in
Omstreeks 1910 en bij dit plankje is het belangrijkste verschil ten opzichte van de eerdere uitgave dat de hond "does' , anders is getekend.

Leesplankje achterkant.

Verkleinde afbeelding van de klassikale leesplaat op de achterzijde van Colenbranders leesplankje.


Letterdoosje.

Bij dit plankje hoorde een blikken letterdoosje. Het doosje heeft een afmeting van 6cm.

Dit letterdoosje heb ik in bezit.


Klassikale leesplaat.

Dit is de klassikale leesplaat van Colenbrander, op linnen, met houten rollen en omboord (dof gevernist).

De leesplaat — in acht kleuren uitgevoerd in steendruk en 1,10 mtr. bij 1,15 mtr. groot (zonder de rand).

Verder bevat de plaat zestien afbeeldingen van dingen, die op het tafereel voorkomen, in drie rijen, in deze volgorde: 
(geit — zeep — does — hout — roos,
wiel — haan — beuk — duif’ — schuur,
mes — vat — bijl — hok — juk — wip).
De namen staan onder de afbeeldingen gedrukt met duidelijke zwarte letters van
4,5 cm. hoogte; ieder teken voor een
afzonderlijke klank staat op een eigen veldje van wit, waardoor verkregen is, dat het afzonderlijk in ’t oog springt. Toch zijn de
veldjes, die door slechts dunne groene strepen zijn gescheiden, volstrekt geen beletsel voor het opvatten van elk woord als een geheel. Een woord is van een volgend door een rood vak gescheiden. Tusschen de afbeeldingen onderling zijn gele vakken. 

Deze leesplaat zoek ik nog voor mijn collectie.


Klassikale leesplank.

Dit is de klassikale leesplank van Colenbrander, op linnen, met houten rollen en omboord (dof gevernist).

De leesplaat — in acht kleuren uitgevoerd in steendruk en 1,10 mtr. bij 1,15 mtr. groot (zonder de rand) — bevat in de eerste plaats
een tafereel(vertelplaat) van 1,10 mtr. bij 36 cm.

De plaat bevat zestien afbeeldingen van dingen, die op het tafereel voorkomen, in drie rijen, in deze volgorde: 
(geit — zeep — does — hout — roos,
wiel — haan — beuk — duif’ — schuur,
mes — vat — bijl — hok — juk — wip).
De namen staan onder de afbeeldingen gedrukt met duidelijke zwarte letters van
4,5 cm. hoogte; ieder teken voor een
afzonderlijke klank staat op een eigen veldje van wit, waardoor verkregen is, dat het afzonderlijk in ’t oog springt. Toch zijn de
veldjes, die door slechts dunne groene strepen zijn gescheiden, volstrekt geen beletsel voor het opvatten van elk woord als een geheel. Een woord is van een volgend door een rood vak gescheiden. Tusschen de afbeeldingen onderling zijn gele vakken.

Deze leesplank heb ik in bezit.


Toelichting vertelplaat.


Het tafereel heeft een afmeting van 1,10 mtr. bij 36 cm.

De beschrijving is als volgt:
Op den voorgrond, links, bevindt zich een landelijk huisje (in den linkerhoek zijn een paar hoogopgaande struiken afgebeeld), een paadje leidt er naar toe. In de deur ziet men de vrouw des huizes. Zij heeft in de rechterhand een broodmes, dat ze van den koopman heeft gekocht, die voor haar staat; twee platte manden met koopwaar staan bij hem,
in de rechterhand heeft hij een stukje zeep, dat hij te koop aanbiedt. Op zijn rug hangt schuin het juk, waaraan de manden worden gedragen. Voor het hek tegen de zijmuur in de linker-
hoek lopen eenige kippen en een haan. Voor het raam, rechts van de deur, is een perkje met rozestruikjes, waaraan nog een laatste roode roos groeit, (’t Is herfst). Op den hoek van ’t huis staat een vat (regenton), waarin de pijp van de dakgoot uitkomt. Verder naar rechts zien we een wip, gemaakt van een boomstam en een plank, waarop twee Jongens van acht a negen jaar
zitten. Een zwarte hond (does) staat er bij te kijken. Ongeveer in ’t midden van het tafereel bevindt zich een beuk, waaronder een drietal kinderen van vijf tot acht jaar, een jongen en twee meisjes, ijverig zoekend naar de beukenootjes, die om de stam verspreid liggen. Links er van, meer op den achtergrond, op een grasveld, graast een geit. Aan den rechterkant zien wij een schuur met een kippenpoortje in den wand. Dicht bij de deur der schuur staat de
boer. Hij is bezig met een bijl hout te hakken op een hakblok; een aantal blokjes (kachelhouten) liggen op den grond verspreid bij een stapel op lengte afgezaagde boomtakken en stammen. Tegen de schuur hangt een duivenhok. Een duif zit op een der onderste vliegplankjes, een tweede op de schuur. Een ander paar komt aanvliegen.Bij de schuur en gedeeltelijk er achter staat een boerenkar, een der beide wielen ervan is goed zichtbaar.


Leesboekjes.

Bij dit plankje hoorden zeven leesboekjes.

Deze leesboekjes in zeven deeltjes, getiteld: »Blijde Kleuters«, bevatten uitsluitend lesjes welke moesten dienen tot herhaling en
uitbreiding van de leesstof voor het bord.
De moeilijkheden van het lezen-leeren worden daarin geleidelijk aan de orde gesteld.
De boekjes zijn geschreven door D. van der Meulen en geïllustreerd door Nelly Spoor.

Het oorspronkelijke eerste deeltje is belangrijk uitgebreid en in tweeën gesplitst (eerste deetje A en B) Het verzoek om nog wat meer leerstof te geven uitsluitend met woordjes van twee en drie letterklanken, als voorkwam in ’t genoemde eerste deeltje tot en met bladzijde 19, heeft doen besluiten de inhoud met een zestigtal lesjes en ruimpjes aan te vullen. Woorden van vier en vijf klanken komen in deeltje A niet voor. Ze zijn alle van de vorm: oom, doos, eens.


In het Tweede deeltje kwamen woorden met de klanken: ooi, aai, oei, au, eeuw, ieuw voor.

Het Derde deeltje bevat in hoofdzaak een- en tweelettergr. woorden; slechts hier en daar zal men een drie- of vierlettergr. woord aantreffen.

In het Vierde deeltje kwamen geen andere moeilijkheden meer voor dan alleen de a, o en i (kort uitgesproken) in de open lettergrepen van woorden als: kachel, pochen, lichaam, enz.

Het Vijfde (lees) deeltje is een sluitstukje van de serie met verhaaltjes.

Deze leesboekjes zoek ik nog voor mijn collectie.