Leesplankje H. J. Kooreman omstreeks 1976.

Omstreeks 1976.

In bezit
Leesplankje H. J. Kooreman omstreeks 1976.

Specificaties

Uitgave
Dit plankje werd gebruikt bij de methode "Letterstad" ontworpen door een werkgroep Onderwijsstad onder leiding van H.J. Kooreman.
Jaar / periode
Omstreeks 1976.
Uitgeverij
J.W. Wolters.
Stad
Groningen.
Illustrator
Werkgroep Onderwijsstad
Normaalwoorden
Het leesplankje bestaat uit drie rijen met in totaal vijftien gekleurde vlakken en normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben. De basiswoorden die voorgedrukt staan zijn: daan, gijs, mier, hek, au, vos, jouk, ruit, neus, woef, put, zeep, bal, de muur, ei, ring, school.
Afmeting
ca 17 x 28 cm.
Materiaal
Het plankje/letterdoos is tevens het deksel van de letterdoos, van kunstof en beplakt met papier. Bij dit plankje hoorden een klassikale leesplank diverse handleidingen, letterdoos, hak- en plakdoos, wandbord, werkbladen, woordkaarten, letterboekjes en letterkaart, spellingboeken, oefenblokken, toetsboekje, liedjes en versjes en vijf leesboekjes Mik en Mak.
Gebruikt in
1976 en dit plankje heeft geen plaatjes, omdat de werkgroep beweerde dat uit onderzoek het negatieve effect van het op een dergelijke manier gebruiken van plaatjes, gebleken is. De kinderen letten dan namelijk niet zo zeer op de letters, maar op de plaatjes, waardoor we al snel denken dat van beheersing van het lezen sprake is, terwijl dat niet het geval is. In plaats van plaatjes staan boven de basiswoorden gekleurde vlakjes, waardoor toch de plaats van een basiswoord aangegeven kan worden, bijvoorbeeld: Kijk naar het woord op de eerste rij met het gele vlakje erboven.

Letterdoosje.

De letterdoos bevatte alle letters en lettergrepen die in de eerste klas aan de orde kwamen (dus ook klankgroepen, zoals nk, uw, aai, ooi, oei, auw, eeuw, ieuw, lijk en ig. De ordening van de letters in de doos kwamen overeen met het stratenplan van de letterstad-plattegrond A1. Op de deksel stonden de 
basiswoorden, terwijl de richels aan de binnenkant kunnen worden gebruikt om zelf woorden te leggen. 

Oefeningen met de letterdoos waren:
letters op het leesplankje leggen
wisseloefeningen
koppelen van klank en letter
letters ordenen in de letterdoos.

De letterdoos is gemaakt van kunstof en heeft een afmeting van 17 bij 27cm.

Deze letterdoos heb ik in bezit.

Klassikale leesplank.

De leesplank vormt een van de leermiddelen van de methode. De letters van de basiswoorden, die in de richels onder de plaatjes kunnen plaatsen, vormen de rode draad door geheel blok A1 van Letterstad.

Met de leesplank konden de volgende oefeningen gedaan worden:

Auditieve synthese. Er werd bijvoorbeeld gevraagd: ‘ Pak de plaat van de V-O-S’.

Auditieve analyse. De opdracht luidt bijvoorbeeld: ‘Welke klanken hoor je in “Mier”?’

Koppelen van klank en letter. In de richels werden de letters gezet die verklankt moeten worden.

Lezen door analyse en synthese. Er werd een woord op de leesplank gezet dat de kinderen moeten lezen.

Spellen door analyse en synthese. Er werd bijvoorbeeld gezegd: ‘ Leg met de letters het woord “Daan” op de leesplank.’

De klassikale leesplank is gemaakt van hout heeft zwarte stroken onder de plaatjes en heeft een afmeting van 100 bij 107cm.

Deze leesplank heb ik in bezit.


Leesboekjes Mik en Mak.

Leesseries:

Bij letterstad horden twee series van ieder vijf leesboekjes, de Mik en Mak-serie (blok1 of A1) en de Jouk-serie (blok2 of A2).

Mik en mak zijn twee leuke poppen van Jouk, het jongetje dat op de leesplank staat. Mik is klein en dik. Mak is lang en dun. De vader van Jouk heeft ze zelf gemaakt van hout. Toen Jouk zes jaar werd, kreeg hij Mik en mak op zijn verjaardag.

” Als Jouk naar bed gaat, neemt hij Mik en mak mee; hij zet ze altijd in de vensterbank. Maar in de nacht, als Jouk slaapt, gebeurt er iets bijzonders. Als de maan opkomt, beginnen Mik en Mak te leven en gaan ze samen op avontuur. Ze halen rare kunsten uit en beleven grappige dingen. Een keer gaan ze zelfs naar de maan. Jouk merkt het niet, want hij slaapt. Maar als de nacht voorbij is en de maan verdwijnt, rennen Mik en mak weer snel naar hun plekje voor het raam. Want als de zon opkomt, wordt Jouk wakker en die mag er niets van weten. Niemand weet dat Mik en mak heel bijzondere poppen zijn alleen de kinderendie die hun boeken kunnen lezen. Zij kennen het geheim. Het geheim van Mik en Mak”.

De Mik en Mak-serie hoort volgens de AVi-indeling thuis in de laagste niveaus (1-5) en kon op basis van de toenmalige Brus-opvatting ingedeeld worden in niveau 0-10. Ze waren dan ook erg geschikt voor het laagste niveau van de leesbibliotheek.

De serie vormt een overgang van plaatjesboek naar leesboek en kenmerkt zich door een zeer geleidelijke opbouw van de moeilijkheidsgraad, uiteraard geheel parallel lopend met de leerinhouden die in Letterstad aan de orde komen.

Deel 1. In de kar (na au / vostijd)
Deel 2. Vies en nat (na neustijd)
Deel 3. Naar zee (na zeeptijd)
Deel 4. Een dief in huis (na muurtijd)
Deel 5. Op reis naar de maan (na schooltijd).
De boekjes zijn 24 bij 19 cm.

De leesboekjes heb ik in bezit


Leesboekjes Jouk. 
(eerste en tweede versie)


De Jouk-serie bestaat uit vijf deeltjes, die hoorde bij blok2 (A2) van Letterstad.

Jouk is een jongen die op de leesplank staat. Hij is zes jaar en zit in de eerste klas. Hij is een stoer ventje, maar soms is zijn jongere zusje Els hem de baas. Liesbet de dochter van de bakker is erg ondernemend. Zij heeft meestal de leiding. Ankie van de boerderij is een echt buitenkind. een gelijkmatig en wat beschouwelijk type. De tweeling Peter en Marieke zijn erg zelfstandig. Ze hebben geen vader en samen met moeder zorgen ze ervoor dat thuis de zaak goed verloopt. Het is niet zo dat de meisjes altijd lief en zacht zijn en de jongens stoer en ondeugend. Het gedrag wordt meer bepaald door hun leeftijd en de omstandigheden waarin ze opgroeien.

De inhoud van de verschillende deeltjes is in grote lijnen als volgt:

Deeltje 1. Jouk en Els
De hoofdpersonen zijn Jouk en zijn zusje Els. De hond van Jouk (Woef) is ook van de partij. De verhaaltjes spelen zich af in en om het huis van Jouk.

Deeltje 2. Liesbet van de winkel
Liesbet woont bij Jouk in de buurt. Haar ouders hebben een bakkerij. Ze is erg ondernemend. Samen met Jouk maakt ze een kar. Als er brand is in de buurt staan ze er natuurlijk met hun neus bovenop.

Deeltje 3. Ankie van de boerderij.
Ankie zit bij Jouk in de klas. Ze is een echt buitenkind en is goed op de hoogte van alles wat er op de boerderij gebeurt. Ze krijgt een fiets en gaat op stap. Ze verdwaalt in de stad maar dank zij een vriendelijke mevrouw belandt ze veilig bij haar vriendje Jouk.

Deeltje 4. De tweeling.
Er komen twee nieuwe kinderen bij Jouk in de klas, een tweeling. Ze moeten eerst wat wennen aan hun nieuwe omgeving, maar dan blijken het leuke vriendjes te zijn. De verhuizing van alles en wat daarmee samenhangt, wordt beschreven. Ze bouwen samen een hut en worden “bedreigd” door grote jongens, maar dank zij Woef loopt het goed af.

Deeltje 5. Het feest van Jouk.
Jouk wordt zeven jaar. Hij krijgt van iedereen in huis een cadeau dat zelf gemaakt is. Opa en oma uit Friesland komen met de trein en Jouk mag mee naar het station. Als zijn vriendjes op bezoek komen, neemt de geheimzinnige “boef met baard” de pannekoeken mee. Bij een speurtocht gaan ze de boef achterna en dan wordt het feest besloten met een picknick.
De boekjes zijn 24 bij 19 cm. 

De leesboekjes heb ik in bezit