Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1961 t/m 1966.

Vanaf 1961 t/m 1966.

In bezit
Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1961 t/m 1966.

Specificaties

Uitgave
Dit "verbeterde leesplankje" is gebruikt bij "Hoogeveen's verbeterde leesmethode". Dit is de derde uitgave van het aap, noot, mies plankje.
Jaar / periode
Vanaf 1961 t/m 1966.
Uitgeverij
J.W. Wolters
Stad
Groningen
Illustrator
Cornelis Jetses, het ontwerp J. Ligthart en H. Scheepstra De bedenker van het leesplankje was M. B. Hoogeveen.
Normaalwoorden
Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal zeventien afbeeldingen van 4 cm hoog en zeventien normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben. De woorden zijn: aap, noot, mies, wim, zus, jet, teun, vuur, gijs, lam, kees, bok, weide, does, hok, duif, schapen.
Afmeting
ca 30 x 22,5 cm.
Materiaal
Het plankje is van geperst spaanplaat beplakt met papier. Bij dit plankje hoorden twee letterdoosjes, een klassikale leesplank, een handleiding, een vertelselplaat, zes leesboekjes en facultatief twee oefenboekjes.
Gebruikt in
1961 t/m 1966 en bij dit plankje is ten opzichte van het eerder uitgebrachte plankje het lettertype vervangen. De keuze werd bepaald door de overweging, dat dit lettertype zoveel mogelijk behoort aan te sluiten bij de lettervormen die bij het aanvankelijk schrijfonderwijs gebruikt werden. Het meest opvallende verschil zit in de "a" en de"g". Ook wel schrijfbare letters genoemd.

Letterdoosjes.

Het kleine letterdoosje heeft een diameter van
5,5 cm en is 2 cm hoog en bevat zeventien lettertjes van de eerste regel, het grote doosje is 8 cm en is 2,7 cm hoog en bevat achtendertig lettertjes (inclusief de twee streepjes) van de tweede en derde regel. Tevens bevat dit doosje nog een bundeltje met acht lettertjes: b, e, g, ee, r, l, i en f, die voorlopig overcompleet zijn. Ze zijn later nodig om zinnetjes te kunnen maken. De twee doosjes zijn van metaal en geel van kleur. Het kleine doosje bevatte de lettertjes van de eerste regel. Het grote doosje de lettertjes van de tweede en derde regel. Na een paar weken worden de lettertjes van het kleine doosje in het grote doosje bij alle andere lettertjes gedaan. Het kleine doosje wordt leeg opgeborgen en er wordt verder gewerkt met alle lettertjes uit het grote doosje.

De lettertjes zijn van stevig pletbord vervaardigd, 20 mm hoog en voor een enkel letterteken 12 mm, en voor een dubbel 16 mm breed. De lettertjes hebben een zwarte streep, die steeds onderaan moeten komen om te voorkomen dat de letters op de kop neergelegd worden.

Als er lettertjes verloren raakten werden er bij de uitgever letterstrookjes aangeschaft. De lettertjes op deze strookjes werden met een schaar losgeknipt of nog beter met een beiteltje afgestoken.

Beide letterdoosjes heb ik in bezit.