Leesplankje F.E. Becker omstreeks 1934.

Over dit plankje:


Dit leesplankje (ook wel leesbordje genoemd) is de tweede versie van Aap-Roos-Zeef en werd gebruikt bij de leesmethode "Ik lees al".

Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal 18 afbeeldingen en normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben.
Het plankje is van hout beplakt met papier en de afmeting is ca 17,2 x 26,5 cm.
De illustrator was J.B.van Gorp.

De woorden zijn:
aap, roos, zeef, muur, voet, neus,
lam, gijs, riem, muis, ei, juk,
jet, wip, does, hok, bok, kous.


F.E. Becker, pseudoniem voor Frater Euthymius Bekker ontwierp dit plankje in navolging van Hoogeveen.

De uitgever van dit plankje was Het Rooms-Katholieke Jongensweeshuis in Tilburg.


Becker's leesplankje is vanaf 1910 gebruikt bij de leesmethode "ik lees al" door de fraters Jozef Reynders en NIcetas Doumen. Omdat veel katholieke scholen hun leermiddelen bij Het Rooms-katholieke Jongensweeshuis bestelden werd er vaak gesproken over het Katholieke leesplankje. Dit is onjuist. Dit plankje met neutrale woordjes, werd ook door de openbare scholen afgenomen. Wel stonden er in de leesboekjes zinnetjes met een katholieke tendens.


Bij dit plankje hoorde een letterdoosje, klassikale leesplank met standaard en vertelselplaat, aanvullingplaatjes, handleiding, overzicht methodische oefeningen, bordoefeningen en tien leesboekjes (serie A) en twaalf leesboekjes (serie B).


Dit is mijn eigen leesplankje.
In 1934 kostte dit leesplankje f 0,80

Letterdoosje.


Bij dit leesplankje hoorde een blikken letterdoosje. De lettertjes hadden twee kleuren. De klinkers blauw en de medeklinkers zwart.
Het doosje heeft een diameter van 7,5cm en is 3 cm hoog en bevat 61 lettertjes. .
Dit letterdoosje kostte f 0,25

Leesboekjes Ik lees al (Serie A)


Bij dit plankje behoorden twee series leesboekjes: Serie A en serie B .
Ik lees al (Serie A). Oefeningen voor het aanvankelijk lezen, door Jos.N.Reynders en N. Doumen. Tien deeltjes. De invoering van de spellingshervorming (marchand) geschiedt per volledig stel voor de gehele klas. Dit bood de schrijvers een welkome gelegenheid om de boekjes (ten opzichte van de eerder uitgegeven boekjes uit 1910) eens aan een grondige herziening te onderwerpen, zowel de illustratie als wat de tekst betreft. Een paardenkar maakt b.v. plaats voor een auto. Zelfs het uitwendig voorkomen werd geheel vernieuwd en in overeenstemming gebracht met de moderne smaak. De methode echter bleef ongewijzigd . Hoofdprincipe van de methode "ik lees al" was voortdurend de vergelijking van het gesproken woord met het geschreven woord. Reynders en Doumen wilden dat het godsdienstig element behoorlijk in de boekjes zou spreken. Als uitzondering werd het woordje "God" (met een eind-d) gebruikt. Voor deze uitzondering werden gekleurde plaatjes met een godsdienstige voorstelling zonder tekst erbij geplaatst.

Het eerste deeltje ging over:

het leren van de ch. Het leren van de en het.
De moeilijkheid met eer en oor - ei en ij.
Bevatte nieuwe normaalwoorden (met twee bladzijden tekenvoorbeelden). Hoe men het eerste boekje al kon gebruiken, nog voor het gelezen werd.

Het tweede deeltje behandelt de b, d, h, k, p, t als beginletter. Ook werd de eindletter g behandeld en stond er vertelplaten in.

Het derde deeltje bevatte de gt en cht op 't einde van de woorden. De toonloze e.
De uitgang eur en twee vertelplaten

In het vierde deeltje werden de open klinkers en de hoofdletters behandeld. Ook staan er twee vertelplaten in.

Het vijfde leesboekje werd de ng de aai, ooi en oei geleerd. Ook de woorden als nestje en kastje. Alsmede de uitgangen lf, rp, enz.

De leerstof voor het zesde boekje was:
De toonloze a, e, i, en ij. De eind-d, b, nk, eeuw, ieuw, au en w. De verdubbeling van medeklinkers en tweelettergrepige woorden.

Het zevende boekje ging over de open a, e, i, o en u. De eind sch en ssch.

Boekje acht ging over vreemde woorden en onnederlandse lettertekens.

In het negende en tiende boekje werden de lesjes besproken.
De boekjes kostte f 0,40 per stuk.

Leesboekjes Ik lees al (Serie B)


Ik lees al (Serie B). Door pseudoniem Emmie Ruis( auteurs van serie A, Jozef Reynders en Nicetas Doumen). Twaalf deeltjes.
Bij het 25-jarig bestaan van de methode "Ik lees al" kreeg ze een bondgenoot in de leesoefeningen, een zogenaamde Serie B, bedoeld als parallel reeks voor de klassenbibliotheek en om het tekort aan gedrukte leerstof van de serie A te compenseren. Helaas slaat deze serie niet zo aan en na twee of drie drukken stopt de uitgever met de boekjes.
De boekjes kostte f 0,30 per stuk.

Klassikaal leesbord.


Dit is het klassikale leesbord van Becker. De gehele breedte van het leesbord bedraagt 1.80 meter. Eventueel met standaard maar kon ook aan de muur gehangen worden. Tevens was het bord scharnierend en kon in de breedte ingeklapt worden.
De vertelselplaat ( de grote plaat boven de kleine plaatjes) is op het bord gemonteerd. Eerst werd de kinderen geleerd wat er op dit tafereel stond. Dit werd gedaan door een geschiedenis verhaal te vertellen door middel van de grote plaat waar alle woorden in voor kwamen. Bij het aanwijzen van de plaatjes moesten de kinderen de woorden duidelijk opzeggen. De kinderen lezen dus al voordat ze de letters kennen. Daarna werden de letters / woorden geleerd door de afzondelijke letterklanken te laten horen. Bijvoorbeeld het woord "aap". Eerst het hele woord opnoemen goed lettend op het lettergeluid "p". Daarna werd de "p" van het bord afgehaald en bleef de "aa" over. Deze klank werd weer herhaald. Dit werd met alle woorden gedaan. Eerst alle laatste letters daarna de voorste en uiteindelijk de tussenletters. Later werden verschillende letters samengevoegd in de richel en konden de leerlingen nieuwe woordjes bedenken. Op het krijtbord werden tekeningen gemaakt van voorwerpen die door de kinderen geraden konden worden. Deze worden werden dan weer door samengestelde letters op de richels geplaatst.
Dit leesbord kostte f 15,00



Verhaal trafereel:
Het huis van oom Karel ligt op den hoek der groote straat naar het dorp. Hier woont oom Karel en tante met hunne kinderen. Jet en jan. Tegenover het huis staat een schuur en tusschen beide in is een grasperk en een bloementuintje. Hier is Gijs, de knecht, aan het werk en verzorgt de bloemen. Jet staat er bij te kijken; zij houdt veel van bloemen en zou graag de schoone roode roos hebben, die vanmorgen pas is opengegaan. Gijs de knecht, heeft gisteren zijn voet verstuikt en kan nu moeilijk lopen. Verleden week had hij ook al een ongeluk; hij struikelde en viel vlak voorover op zijn neus; hij bloedde hevig. Een man met een houten been komt uit het dorp en heeft een aap op zijn schouder zitten. De ongelukkige man kan niet meer werken en wil met zijn aap nog een centje verdienen. Een medelijden kind als Jet geeft ook gaarne een aalmoes aan den armen man. Niet ver van den man met zijn aap is nog een andere man, die twee korven draagt. Wat zou er in zijn? De korven hangen aan een juk. Oom Karel heeft een grooten hond; hij heet does. Ziet, hoe hij kijkt naar den aap. Gelukkig dat hij met een ijzeren ketting vast ligt aan zijn hok. Jan en zijn vriendje Frits hebben een tijdje in het grasperk en den bloementuin rondgereden met den bokkenwagen. Zij zijn uit den wagen gesprongen en zitten nu op de wip onder den hoogen boom. Beiden hebben een mooien gelen riem met een blinkende gesp om het lijf. De bok staat naar hen te kijken, net alsof hij wilt zeggen: dat gaat mooi op en neer. De musch op een tak van den boom ziet ook naar dat spelletje en schijnt er eveneens plezier in te hebben. De poes van oom komt uit de schuur en heeft een muis gevangen. Met de muis in den bek loopt zij voorbij den boom naar huis. Ginds achter den dikken boom staat een zeef schuin tegen den muur. Op het grasperk is een schaap, - een mooi wit lammetje staat erbij te kijken.Een eindje verder in het grasperk en den bloemtuin ziet men water; dit is een vijver; daarin zwemmen eendjes rond, om voedsel te zoeken. Onder een der struiken langs den vijver zit een eend op haar nest. Alle dagen geeft zij aan oom een smakelijk ei. Heel ver boven de boomen uit ziet men den kerktoren; hiernaast ligt de school. Jet gaat elken dag met moe naar de kerk; zij is ook al acht jaar oud. Jan is nog maar zes jaar en mag soms ook meegaan. Alle dagen gaan zij met hun tweeen naar de school; daar leeren zij lezen, schrijven en nog veel meer. Jet leert er ook breien; zij heeft al een kous gebreid voor haar broertje Jan.

Aanvullingplaatjes bij het klassikale leesboord.


Om extra woorden te oefenen waren er losse aanvullingsplaatjes die in combinatie met extra letters op het bord konden worden geplaatst.

De vier eerste: hoed, oor, veer en zaag worden slechts tijdelijk gebruikt en krijgen derhalve geen vaste plaats. De overige 9 kon men practisch alsdus plaatsen: schip naast aap en slang naast neus; de woorden met tweeklanken kunnen vallen op de plaats van het zwarte bordje en wel in deze volgorde:
maai, gooi, roei; daaronder: leeuw, nieuw en 't woord vink. Paus kan afzondelijk geplaatst worden b.v. aan de linkerstijl van de standaard
De 13 aanvullingsplaatjes kostten f 2,75.

Handleiding.


Handleiding voor het aanvankelijk Leesonderwijs en toelichting bij "Ik lees al". door Jos. N. Reynders en N. Doumen. Bij deze handleiding zat als gratis bijlage een grote kaart, die schematisch een volledig overzicht der methodische oefeningen gaf en die de onderwijzer desverkiezende in de klas aan de muur kon ophangen.
De handleiding kostte f 2,00 per stuk.

Overzicht der Methodische oefeningen.


Deze oefeningen waren een aanvulling op de handleiding. Vanuit de handleiding werd er maar dit schema verwezen. De oefeningen die hier in beschreven stonden hadden betrekking op:
- oefeningen met het klassikaal leesbord.
- met het kleine leesbordje
- de mondelinge oefeningen ter aanleeringen van samenstelling en ontbinding, waarbij het "vertellen" het voornaamste leermiddel is.
- de oefeningen op het zwarte bord.
Het overzicht kostte afzondelijk f 0,30

Bordoefeningen


Bord oefeningen bij het aanvankelijk Leesonderwijs en toelichting bij "Ik lees al". door Jos. N. Reynders en N. Doumen.
Dit boekje bevatte voor elke stap van de leesmethode veel oefeningen om op het bord te schrijven. Tevens vond de onderwijzer er door tal van voorbeelden aangetoond, hoe hij de lessen gemakkelijk met enkele krabbeltjes op het bord kon illustreren.
Bordoefeningen kostte f 1,50

Standaard voor de klassikale leesbord.


De standaard heeft een afmeting van 200 cm hoog , 85 cm breed, 70 cm diep en is gemaakt van hout. Op deze standaard werd het klassikale leesbord hoog voorin de klas gemonteerd. Deze plank was dan goed te zien. De kinderen konden op de twee treden stappen om bij het leesbord te komen.
In 1934 kostte deze standaard fl 25,00.

Leesplankje F.E. Becker omstreeks 1934.

Leesplankje F.E. Becker omstreeks 1934.
Letterdoosje F.E. Becker omstreeks 1934.
Eerste_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Tweede_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Derde_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Vierde_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Vijfde_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Zesde_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Zevende_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Achtste_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Negende_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
Tiende_leesboekje_ik_lees_al_jongensweeshuis_1934.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
Vierde_leesboekje_ik_lees_al_ruis_serieB_1934.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
elfde_leesboekje_ik_lees_al_ruis_serieB_1934.
nog geen afbeelding.
klassikale_leesbord_Beckers_1905_1934.
tafreel Beckers 1934.
aanvullingset_reynders_en_doumen_ik_lees_al.
handleiding_reynders_en_doumen_ik_lees_al_1954.
overzicht_reynders_en_doumen_ik_lees_al_1954.
bordoefeningen_reynders_doumen_1934.
standaard_Beckers_1954_1960.

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden