Leesplankje F.E. Becker omstreeks 1910.

Over dit plankje:


Dit leesplankje (ook wel leesbordje genoemd) is de tweede versie van Aap-Roos-Zeef en werd gebruikt bij de leesmethode "Ik lees al".

Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal 18 afbeeldingen en normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben.
Het plankje is van hout beplakt met papier en de afmeting is ca 17,2 x 26,5 cm.
De illustrator was J.B.van Gorp.

De woorden zijn:
aap, roos, zeef, muur, voet, neus,
lam, gijs, riem, muis, ei, juk,
jet, wip, does, hok, bok, kous.


F.E. Becker, pseudoniem voor Frater Euthymius Bekker ontwierp dit plankje in navolging van Hoogeveen.

De uitgever van dit plankje was Het Rooms-Katholieke Jongensweeshuis in Tilburg.

 


Becker's leesplankje is vanaf 1910 gebruikt bij de leesmethode "ik lees al" door de fraters Jozef Reynders en NIcetas Doumen. Omdat veel katholieke scholen hun leermiddelen bij Het Rooms-katholieke Jongensweeshuis bestelden werd er vaak gesproken over het Katholieke leesplankje. Dit is onjuist. Dit plankje met neutrale woordjes, werd ook door de openbare scholen afgenomen. Wel stonden er in de leesboekjes zinnetjes met een katholieke tendens.

Bij dit plankje hoorde een letterdoosje, klassikale leesplank met standaard en vertelselplaat, handleiding en tien leesboekjes.


Dit is mijn eigen leesplankje.
In 1910 kostte dit leesplankje f 0,45

Letterdoosje.


Bij dit leesplankje hoorde een blikken letterdoosje. De lettertjes hadden twee kleuren. De klinkers blauw en de medeklinkers zwart.
Het doosje heeft een diameter van 7,5cm en is 3 cm hoog en bevat 61 lettertjes. .
Dit letterdoosje kostte f 0,15

Leesboekjes.


Bij dit plankje hoorden tien leesboekjes. In tegenstelling tot de eerder uitgegeven boekjes 'Boschbloempjes" waren deze boekjes groter van formaat, de omslag is in meerkleurendruk en de boekjes bevatten meer illustraties. Hoofdprincipe van de methode "ik lees al" was voortdurend de vergelijking van het gesproken woord met het geschreven woord. Reynders en Doumen wilden dat het godsdienstig element behoorlijk in de boekjes moest spreken. Als uitzondering werd het woordje "God" (met een eind-d) gebruikt. Voor deze tekortkomingen werden gekleurde plaatjes met een godsdienstige voorstelling zonder tekst erbij geplaatst.

Het eerste deeltje ging over:

het leren van de ch. Het leren van de en het.
De moeilijkheid met eer en oor - ei en ij.
Bevatte nieuwe normaalwoorden (met twee bladzijden tekenvoorbeelden). Hoe men het eerste boekje al kon gebruiken, nog voor het gelezen werd.

Het tweede deeltje behandelt de b, d, h, k, p, t als beginletter. Ook werd de eindletter g behandeld en stond er vertelplaten in.

Het derde deeltje bevatte de gt en cht op 't einde van de woorden. De toonloze e.
De uitgang eur en twee vertelplaten

In het vierde deeltje werden de open klinkers en de hoofdletters behandeld. Ook staan er twee vertelplaten in.

Het vijfde leesboekje werd de ng de aai, ooi en oei geleerd. Ook de woorden als nestje en kastje. Alsmede de uitgangen lf, rp, enz.

De leerstof voor het zesde boekje was:
De toonloze a, e, i, en ij. De eind-d, b, nk, eeuw, ieuw, au en w. De verdubbeling van medeklinkers en tweelettergrepige woorden.

Het zevende boekje ging over de open a, e, i, o en u. De eind sch en ssch.

Boekje acht ging over vreemde woorden en onnederlandse lettertekens.

In het negende en tiende boekje werden de lesjes besproken.
De boekjes 1-8 kostte f 0,15 per stuk.

De boekjes 9-10 kostte f 0,20 per stuk.

Klassikaal leesbord.


Dit is het klassikale leesbord van Becker. De gehele breedte van het leesbord bedraagt 1.80 meter. Eventueel met standaard maar kon ook aan de muur gehangen worden. Tevens was het bord scharnierend en kon in de breedte ingeklapt worden.
De vertelselplaat ( de grote plaat boven de kleine plaatjes) is op het bord gemonteerd. Eerst werd de kinderen geleerd wat er op dit tafereel stond. Dit werd gedaan door een geschiedenis verhaal te vertellen door middel van de grote plaat waar alle woorden in voor kwamen. Bij het aanwijzen van de plaatjes moesten de kinderen de woorden duidelijk opzeggen. De kinderen lezen dus al voordat ze de letters kennen. Daarna werden de letters / woorden geleerd door de afzondelijke letterklanken te laten horen. Bijvoorbeeld het woord "aap". Eerst het hele woord opnoemen goed lettend op het lettergeluid "p". Daarna werd de "p" van het bord afgehaald en bleef de "aa" over. Deze klank werd weer herhaald. Dit werd met alle woorden gedaan. Eerst alle laatste letters daarna de voorste en uiteindelijk de tussenletters. Later werden verschillende letters samengevoegd in de richel en konden de leerlingen nieuwe woordjes bedenken. Op het krijtbord werden tekeningen gemaakt van voorwerpen die door de kinderen geraden konden worden. Deze worden werden dan weer door samengestelde letters op de richels geplaatst.
Dit leesbord kostte f 15,00

 

 

Verhaal trafereel:
Het huis van oom Karel ligt op den hoek der groote straat naar het dorp. Hier woont oom Karel en tante met hunne kinderen. Jet en jan. Tegenover het huis staat een schuur en tusschen beide in is een grasperk en een bloementuintje. Hier is Gijs, de knecht, aan het werk en verzorgt de bloemen. Jet staat er bij te kijken; zij houdt veel van bloemen en zou graag de schoone roode roos hebben, die vanmorgen pas is opengegaan. Gijs de knecht, heeft gisteren zijn voet verstuikt en kan nu moeilijk lopen. Verleden week had hij ook al een ongeluk; hij struikelde en viel vlak voorover op zijn neus; hij bloedde hevig. Een man met een houten been komt uit het dorp en heeft een aap op zijn schouder zitten. De ongelukkige man kan niet meer werken en wil met zijn aap nog een centje verdienen. Een medelijden kind als Jet geeft ook gaarne een aalmoes aan den armen man. Niet ver van den man met zijn aap is nog een andere man, die twee korven draagt. Wat zou er in zijn? De korven hangen aan een juk. Oom Karel heeft een grooten hond; hij heet does. Ziet, hoe hij kijkt naar den aap. Gelukkig dat hij met een ijzeren ketting vast ligt aan zijn hok. Jan en zijn vriendje Frits hebben een tijdje in het grasperk en den bloementuin rondgereden met den bokkenwagen. Zij zijn uit den wagen gesprongen en zitten nu op de wip onder den hoogen boom. Beiden hebben een mooien gelen riem met een blinkende gesp om het lijf. De bok staat naar hen te kijken, net alsof hij wilt zeggen: dat gaat mooi op en neer. De musch op een tak van den boom ziet ook naar dat spelletje en schijnt er eveneens plezier in te hebben. De poes van oom komt uit de schuur en heeft een muis gevangen. Met de muis in den bek loopt zij voorbij den boom naar huis. Ginds achter den dikken boom staat een zeef schuin tegen den muur. Op het grasperk is een schaap, - een mooi wit lammetje staat erbij te kijken.Een eindje verder in het grasperk en den bloemtuin ziet men water; dit is een vijver; daarin zwemmen eendjes rond, om voedsel te zoeken. Onder een der struiken langs den vijver zit een eend op haar nest. Alle dagen geeft zij aan oom een smakelijk ei. Heel ver boven de boomen uit ziet men den kerktoren; hiernaast ligt de school. Jet gaat elken dag met moe naar de kerk; zij is ook al acht jaar oud. Jan is nog maar zes jaar en mag soms ook meegaan. Alle dagen gaan zij met hun tweeen naar de school; daar leeren zij lezen, schrijven en nog veel meer. Jet leert er ook breien; zij heeft al een kous gebreid voor haar broertje Jan.

Handleiding.


Handleiding voor het aanvankelijk leesonderwijs en toelichting bij "ik lees al" door Jos. Reynders en N. Doumen.
De handleiding is door de drukkerij van het
R. K. jongensweeshuis, Tilburg en door N.V. Veritasin Antwerpen uitgegeven.(zie afbeelding)
In 1911 kostte deze handleiding fl 1,25.

Standaard voor de klassikaal leesbord.


De standaard heeft een afmeting van 200 cm hoog , 85 cm breed, 70 cm diep en is gemaakt van hout. Op deze standaard werd het klassikale leesbord hoog voorin de klas gemonteerd. Deze plank was dan goed te zien. De kinderen konden op de twee treden stappen om bij het leesbord te komen.
In 1911 kostte deze standaard fl 16,00.

Leesplankje F.E. Becker omstreeks 1910.

Leesplankje F.E. Becker omstreeks 1910.
letterdoosje Becker 1910.
Eerste leesboekje ik lees al eletr drukkerij rkjw 1910.
Tweede leesboekje ik lees al eletr drukkerij rkjw 1910.
Derde leesboekje ik lees al eletr drukkerij rkjw 1910.
Vierde leesboekje ik lees al eletr drukkerij rkjw 1910.
Vijfde leesboekje ik lees al eletr drukkerij rkjw 1910.
nog geen afbeelding.
nog geen afbeelding.
Achtste_leesboekje_ik_lees_al_stoomdrukkerij_rkjw_1910.
Negende_leesboekje_ik_lees_al_eletr_drukkerij_rkjw_1910.
nog geen afbeelding.
klassikale_leesbord_Beckers_1954_1960.
tafreel Beckers 1910.
handleiding reynders en doumen ik lees al 1910.
standaard_Beckers_1954_1960.

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden