Leesplankje J. H. Colenbrander omstreeks 1910.

Over dit plankje:


Dit leesplankje behoort bij de leesmethode
"De nieuwe leerwijze voor het eerste onderwijs in lezen en zuiver schrijven". Dit is de derde uitgave van J.H. Colenbrander.

Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal 16 afbeeldingen en normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben.

Het plankje is van hout beplakt met papier en de afmeting is mij nog onbekend.

De woorden zijn:
geit, zeep, does, hout, roos,
wiel, haan, beuk, duif, schuur,
mes, vat, bijl, hok, juk, wip.

Het belangrijkste verschil ten opzichte van de eerder uitgebrachte leesplankjes is de hond "does' , deze is anders getekend.

De uitgever van dit leesplankje was A. E. Kluwer uit Deventer.

De illustrator was J.B.B.

Bij dit plankje hoorde letterkaartjes en een
letterdoosje, grote leesplaat voor klassikaal gebruik, oefeningen" Ik leer mijzelf", zestal leesboekjes" Blijde kleuters' en een toelichting getiteld "Recht op het doel af".

Dit is mijn eigen leesplankje.

Leesplankje achterkant.


Verkleinde afbeelding van de klassikale leesplaat op de achterzijde van Colenbranders leesplankje.

Letterdoosjes.


Bij dit leesplankje hoorde een blikken letterdoosje.Het doosje heeft een afmeting
van 6cm.
Dit letterdoosje kostte f 0,11

Letterkaartjes.


De letterkaartjes konden van dit karton losgeknipt worden en in het doosje worden bewaard. De kaartjes hebben een hoogte van 1,1cm. Dit is dezelfde hoogte van de letters op de leesplaat. De kartonnen plaat heeft een afmeting van 21 bij 28 cm.

Leesboekjes.


Bij dit plankje hoorden zesleesboekjes.

 

Deze leesboekjes in zesdeeltjes, getiteld: »Blijde Kleuters«, bevatten uitsluitend lesjes welke moesten dienen tot herhaling en
uitbreiding van de leesstof voor het bord.
De moeilijkheden van het lezen-leeren worden daarin geleidelijk aan de orde gesteld.
De boekjes zijn geschreven door D. van der Meulen.

Het oorspronkelijke eerste deeltje is belangrijk uitgebreid en in tweeën gesplitst (eerste deetje A en B) Het verzoek om nog wat meer leerstof te geven uitsluitend met woordjes van twee en drie letterklanken, als voorkwam in 't genoemde eerste deeltje tot en met bladzijde 19, heeft doen besluiten de inhoud met een zestigtal lesjes en ruimpjes aan te vullen. Woorden van vier en vijf klanken komen in deeltje A niet voor. Ze zijn alle van de vorm: oom, doos, eens.


In het Tweede deeltje kwamen woorden met de klanken: ooi, aai, oei, au, eeuw, ieuw voor.

Het Derde deeltje bevat in hoofdzaak een- en tweelettergr. woorden; slechts hier en daar zal men een drie- of vierlettergr. woord aantreffen.

In het Vierde deeltje kwamen geen andere moeilijkheden meer voor dan alleen de a, o en i (kort uitgesproken) in de open lettergrepen van woorden als: kachel, pochen, lichaam, enz.

Het Vijfde (lees) deeltje is een sluitstukje van de serie met verhaaltjes.

Deze leesboekjes zoek ik nog.

Klassikale leesplaat.


Dit is de klassikale leesplaat van Colenbrander, op linnen, met houten rollen en omboord (dof gevernist).

De leesplaat — in 8 kleuren uitgevoerd in steendruk en 1,10 mtr. bij 1,15 mtr. groot (zonder de rand) — bevat in de eerste plaats
een tafereel(vertelplaat) van 1,10 mtr. bij 36 cm. De beschrijving is als volgt:
Op den voorgrond, links, bevindt zich een landelijk huisje (in den linkerhoek zijn een paar hoogopgaande struiken afgebeeld), een paadje leidt er naar toe. In de deur ziet men de vrouw des huizes. Zij heeft in de rechterhand een broodmes, dat ze van den koopman heeft gekocht, die voor haar staat; twee platte manden met koopwaar staan bij hem,
in de rechterhand heeft hij een stukje zeep, dat hij te koop aanbiedt. Op zijn rug hangt schuin het juk, waaraan de manden worden gedragen. Voor het hek tegen de zijmuur in de linker-
hoek lopen eenige kippen en een haan. Voor het raam, rechts van de deur, is een perkje met rozestruikjes, waaraan nog een laatste roode roos groeit, ('t Is herfst). Op den hoek van 't huis staat een vat (regenton), waarin de pijp van de dakgoot uitkomt. Verder naar rechts zien we een wip, gemaakt van een boomstam en een plank, waarop twee Jongens van 8 a 9 jaar
zitten. Een zwarte hond (does) staat er bij te kijken. Ongeveer in 't midden van het tafereel bevindt zich een beuk, waaronder een drietal kinderen van 5—8 Jaar, een jongen en twee meisjes, ijverig zoekend naar de beukenootjes, die om de stam verspreid liggen. Links er van, meer op den achtergrond, op een grasveld, graast een geit. Aan den rechterkant zien wij een schuur met een kippenpoortje in den wand. Dicht bij de deur der schuur staat de
boer. Hij is bezig met een bijl hout te hakken op een hakblok; een aantal blokjes (kachelhouten) liggen op den grond verspreid bij een stapel op lengte afgezaagde boomtakken en stammen. Tegen de schuur hangt een duivenhok. Een duif zit op een der onderste vliegplankjes, een tweede op de schuur. Een ander paar komt aanvliegen.Bij de schuur en gedeeltelijk er achter staat een boerenkar, een der beide wielen ervan is goed zichtbaar.

Verder bevat de plaat 16 afbeeldingen van dingen, die op het tafereel voorkomen, in drie rijen, in deze volgorde:
(geit — zeep — does — hout — roos,
wiel — haan — beuk — duif' — schuur,
mes — vat — bijl — hok — juk — wip).
De namen staan onder de afbeeldingen gedrukt met duidelijke zwarte letters van
4,5cm. hoogte; ieder teken voor een
afzonderlijke klank staat op een eigen veldje van wit, waardoor verkregen is, dat het afzonderlijk in 't oog springt. Toch zijn de
veldjes, die door slechts dunne groene strepen zijn gescheiden, volstrekt geen beletsel voor het opvatten van elk woord als een geheel. Een woord is van een volgend door een rood vak gescheiden. Tusschen de afbeeldingen onderling zijn gele vakken.

Oefeningen.


Het boekje genaamd "Oefeningen ten gebruikte bij het aanvankelijk onderwijs in lezen en zuiver schrijven aansluitend aan de methode "Recht op het doel af" met 45 tekeningen voor het bord en een toelichting voor het gebruik van onzer letterkaartjes" was te gebruiken voor de onderwijzer.

Toelichting.


Toelichting "Recht op het doel af een eenvoudige, gemakkelijke en natuurlijke Methode voor het Aanvankelijk Leesonderwijs
met een Toelichting bij Colenbrander's Leesplaat, nieuwste hulpmiddel voor de „zelfwerkzaamheid" der leerlingen
bij het eerste onderwijs in Lezen".

In deze toelichting staat dat: "met behulp der leesplaat alle leerlingen, de achterlijke
niet uitgezonderd, nagenoeg geheel door eigen kracht en oefening zich in de leeskunst kunnen bekwamen".

Hoofdstukken uit de toelichting zijn:
I. Het aanvankelijk Leesonderwijs.
II. Beschrijving der Leesplaat.
III. Aanvankelijke kennismaking met de Leesplaat en de eerste klanken en tekens.
IV. Vooroefeningen.
V. Nadere kennismaking met de Leesplaat.
VI. Het lezen-leeren.
VII. De "Moeilijkheden".
VIII. Onze leesboekjes.

Deze toelichting zoek ik nog.

 

 

Leesplankje J. H. Colenbrander omstreeks 1910.

Leesplankje J. H. Colenbrander omstreeks 1910.
Leesplankje J. H. Colenbrander omstreeks 1910.
letterdoosje J. H. Colenbrander . Geit zeep does
letterkaartjes J. H. Colenbrander omstreeks 1902. Geit zeep does
Eerste leesboekje A " blijde kleuters" J. H. Colenbrander omstreeks 1910.
Tweede leesboekje " blijde kleuters" J. H. Colenbrander omstreeks 1902.
Derde leesboekje " blijde kleuters" J. H. Colenbrander omstreeks 1910.
Vierde leesboekje " blijde kleuters" J. H. Colenbrander omstreeks 1902.
Vierde leesboekje " blijde kleuters" J. H. Colenbrander omstreeks 1910.
Klassikale leesplaat Geit zeep does J. H. Colenbrander
Oefeningen ten gebruikte bij het aanvankelijk onderwijs in lezen en zuiver schrijven aansluitend aan de methode "Recht op het doel af
Handleiding "Recht op het doel af een eenvoudige, gemakkelijke en natuurlijke Methode voor het Aanvankelijk Leesonderwijs met een Toelichting bij Colenbrander's Leesplaat, nieuwste hulpmiddel voor de „zelfwerkzaamheid" der leerlingen bij het eerste onderwijs in Lezen".

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden