Leesplankje M.B. Hoogeveen 1958 t/m 1960.

Over dit plankje:


Dit "verbeterde leesplankje" is gebruikt bij
"Hoogeveen's verbeterde leesmethode". Dit is de derde versie van de derde uitgave van het aap, noot, mies plankje.

Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal 17 afbeeldingen van 4 cm hoog en 17 normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben.

Het plankje is van geperst spaanplaat beplakt met papier en de afmeting is ca 30 x 22,5 cm.

De woorden zijn:
aap, noot, mies, wim, zus, jet,
teun, vuur, gijs, lam, kees, bok,
weide, does, hok, duif, schapen.

Van dit plankje is ten opzichte van het eerder uitgebrachte plankje het hout vervangen door geperst spaanplaat. Ook komt de punt op de o in bok te vervallen, deze werd altijd geplaatst om de korte uitspraak van de o in bok ten opzichte van hok te benadrukken.

De uitgever van dit plankje was J.B. Wolters - Groningen.
In 1958 kostte dit leesplankje inclusief de letterdoosjes fl 2,75.

De illustrator was Cornelis Jetses.

Bij dit plankje hoorde twee letterdoosjes, een klassikale leesplank, een handleiding, een vertelselplaat en zes leesboekjes.

Dit is mijn eigen leesplankje.

Letterdoosjes.


Het grote letterdoosje heeft een diameter van
8 cm en is 2,5 cm hoog en bevat 47 lettertjes, het kleine 5,5 cm en is 2 cm hoog en bevat 14 lettertjes. De twee doosjes zijn van metaal en geel van kleur. Het grote doosje kan alle lettertjes bevatten. Het kleine wordt gebruikt, wanneer de leerlingen de lettertjes van elke rij afzonderlijk leren leggen.

De lettertjes zijn van stevig pletbord vervaardigd, 23 mm hoog en voor een enkel letterteken 12 mm, en voor een dubbel 16 mm breed. De lettertjes hebben een zwarte streep, die steeds onderaan moeten komen om te voorkomen dat de letters op de kop neergelegd worden.

Als er lettertjes verloren raakten werden er bij de uitgever letterstrookjes aangeschaft. De lettertjes op deze strookjes werden met een schaar losgeknipt of nog beter met een beiteltje afgestoken.

Klassikale leesplank.


De leesplank is verbeterd. De gaatjes en spijkertjes zijn vervallen, de letters worden door de gleuven op hun plaats geschoven. Nu kunnen nieuwe woorden en zinnen worden samengesteld en klassikaal aangeboden. De leesplank is voorzien van haken, zodat hij kan worden opgehangen.
In 1958 kostten deze leesplank fl 30,00.

Deze leesplank met gleuven kon ook gebruikt worden bij de taalmethode "Ontluikend Leven" van Mej Alderts; in het klassikale leesmeteriaal van Ontluikend Leven komen n.l. ook de hiernaast staande normaalwoorden voor.

Vertselselplaat.


De vertelselplaat vormt een centraal onderdeel in Hoogeveen's methode voor het aanvankleijk onderwijs. De centrale figuur op de plaat is Teun, een man die een aapje aan een touw heeft. Op de plaat is van alles te beleven. De afbeeldingen van de vertelselplaat zijn terug te vinden op het leesplankje. De plaat is gedrukt in negen kleuren heeft een afmeting van 82 bij 110 cm en is van karton.
In 1958 kostte deze vertelselplaat fl 11,00.

Het kenmerkende van de leesmethode van hoogeveen is dat de leerlingen door middel van de vertellingen in een keer met alle normaalwoorden tegelijk in aanraking kwamen. Vervolgens herkenden ze de figuren uit de vertelling op de vertelselplaat. wanneer ze daarna het plankje in handen kregen waren de afbeeldingen reeds bekend en konden door de leerlingen zelf benoemd worden.

Op deze vertelselplaat staat J.B. Wolters - Groningen - Djakarta, en is herkenbaar aan een smalle grijze rand.

Handleiding.


Handleiding voor onderwijsin het aanvankelijk lezen, geïllustreerd en gebonden. In de handleiding (tiende druk uit 1940) is beschreven hoe de lesmaterialen gebruikt dienen te worden. De handleiding heeft een afmeting van 15 cm bij 23 cm, en telt ongeveer 156 pagina's.
In 1958 kostte deze handleiding fl 4,00.

Leesboekjes.


Bij dit plankje van Hoogeveen's leesmethode horen zes leesboekjes. De boekjes zijn bewerkt door M.B. Hoogeveen, Jan Ligthart en H. Scheepstra, geheel in kleur geillustreerd door C. Jetses en verzorgd door Jan Boer. Bij deze boekjes is de o met het puntje erop overal vervangen door de o, daar er alleen maar in bepaalde streken van ons land onderscheid in uitspraak bestaat tussen de o van bok en de o van hok. Hierdoor werd de bladspiegel vereenvoudigd.

De leesboekjes zijn 21 bij 17 cm.
In 1958 kostte een leesboekje fl 0,95.


Het eerste boekje, van een reeks van zes, kan aan de leerlingen al vrij spoedig in handen worden gegeven. Ze kunnen er ter afwisseling voor de aardigheid nu en dan een lesje lezen. Het bevat buiten de normaalwoorden: bok, does, hok enz. nog geen woorden, die met een b,d,h,k,p of t beginnen, of op b of d eindigen. Uigezonderd het woordje het . Voor men het derde lesje (over mies) laat lezen, dicteert men dan het woordje het (het vuur, het lam, het raam) op het leesplankje; daarna wordt het voor enige tijd in een hoekje op 't zwarte bord "vereeuwigd". Als de leerlingen een normaalwoord niet herkennen, worden ze naar de leesplank verwezen.

Het tweede leesboekje bevat behoudens een paar gemakkelijke uitzonderingen, alleen woorden van de vorm oom, moe en raam en in het begin nog geen woorden, die met b, d, h, k, p, of t beginnen, behalve wanneer het normaalwoorden zijn; b en d aan 't eind komen nog niet voor.

Het derde leesboekje bevat hoofdzakelijk nog eenlettergrepige woorden, maar nu komen ook twee medeklinkers naast elkaar voor: aan 't eind of aan 't begin. Verder is af en toe het woord "heb" gebruikt. De stof bevat geen enkele "moeilijkheid", daardoor kan alle aandacht aan het technisch lezen besteed worden. Elk lesje staat nog op een bladzijde.

In het vierde leesboekje wordt bekendheid verondersteld met de stomme e, de volkomen klinkers in open lettergrepen, de dubbele medeklinkers en de d aan 't eind. De woorden en zinnen zijn nog heel eenvoudig van vorm; de inhoud is zodanig, dat hij door zeer middelmatige leerlingen begrepen wordt. Elk lesje kan worden gelezen, zonder dat een blad behoeft te worden omgeslagen. In het 12de lesje ziet men, welk boekje met dit parallel kan gaan. Pim en Mien I is weer iets gemakkelijker dan dit vierde stukje en kan dus tegelijk met dit gebruikt worden ter oefening in het vaardig lezen. Het verdient aanbeveling, de moeilijkste woorden van de lesjes uit dit vierde stukje, voor ze te laten lezen, eerst nog op het leesplankje (of op het dicteerplankje) te laten leggen.

Het vijfde leesboekje kan worden gelezen, als de tweeklanken, de overbodige w, de ng en de nk op het leesplankje behandeld zijn en de bordlesjes uit de Handleiding, welke hierop betrekking hebben, geheel of gedeeltelijk zijn behandeld. Naast dit deeltje gebruikte men het tweede of derde stukje van Pim en Mien.

In het zesde leesboekje komen als nieuwe moeilijkheden voornamelijk voor de achtervoegsels ig en lijk. De woorden en de zinnen zijn alleen naar de vorm iets moeilijker genomen dan in de vorige stukjes; de inhoud is overal even eenvoudig. Naast dit boekje gebruikte men Pim en Mien IV.

Net als het leesplankje zijn de boekjes uitgegeven door J.B. Wolters - Groningen.

Standaard voor klassikale leesplank.

De standaard van hout met de verhoging is vervangen door een metalen frame waar de klassikale leesplank op diverse hoogtes met beugels op gemonteerd kon worden.

 

Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1958 t/m 1960.

Leesplankje  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies

letterdoosje  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
Letterstrookje  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
Klassikale leespank  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
Vertelselplaat  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
dit boekje heb ik nog niet in mijn bezit
Eerste leesboekje  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
dit boekje heb ik nog niet in mijn bezit
Derde leesboekje  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
dit boekje heb ik nog niet in mijn bezit
dit boekje heb ik nog niet in mijn bezit
Zesde leesboekje  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies
Klassikale leesplank standaard  M.B. Hoogeveen 1958-1960. Aap Noot Mies

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden