Leesplankje M.B. Hoogeveen omstreeks 1910 t/m 1916.

Over dit plankje:


Dit "verbeterde leesplankje" is gebruikt bij
"Hoogeveen's verbeterde leesmethode".
Dit is de eerste uitgave van het aap, noot, mies plankje.

Het plankje bestaat uit drie rijen met in totaal 17 afbeeldingen van 4 cm hoog en 17 normaalwoorden. Dat zijn woorden waarin de klinkers en medeklinkers hun ongewijzigde klank hebben.

Het plankje is van hout beplakt met papier en de afmeting is ca 30 x 22,5 cm.

De woorden zijn:
aap, noot, mies, wim, zus, jet,
teun, vuur, gijs, lam, kees, bok,
weide, does, hok, duif, schapen.

Bij dit plankje zijn ten opzichte van het eerder uitgebrachte plankje met het gat, slechts twee woordjes "hok en duif" gehandhaafd. Verder is het plankje met het gat volledig vernieuwd. Zie tekst klassikale leesplank.

Een belangrijk kenmerk van dit plankje zijn de plaatjes van Kees en Bok, deze staan beide dezelfde kant op. Ook heeft Wim een petje op en Jet een blauwe jurk.

De uitgever van dit plankje was J. B. Wolters uit Groningen.
In 1911 kostte dit leesplankje inclusief de letterdoosjes fl 0,75.

De illustrator was Cornelis Jetses.

Bij dit plankje hoorde twee letterdoosjes, een klassikale leesplank met standaard, een handleiding, een dicteerdoosje, een vertelselplaat en zes leesboekjes.

Dit is mijn eigen leesplankje.

Letterdoosjes.


Het grote letterdoosje heeft een diameter van
7,5 cm en is 2,7 cm hoog en bevat 47 lettertjes, het kleine 5,5 cm en is 2 cm hoog en bevat 14 lettertjes. De twee doosjes zijn van metaal en rood van kleur. Het grote doosje kan alle lettertjes bevatten. Het kleine wordt gebruikt, wanneer de kinderen de lettertjes van elke rij afzonderlijk leren leggen.

De lettertjes zijn van stevig pletbord vervaardigd, 23 mm hoog en voor een enkel letterteken 12 mm, en voor een dubbel 16 mm breed. De lettertjes hebben een zwarte streep, die steeds onderaan moeten komen om te voorkomen dat de letters op de kop neergelegd worden.

Als er lettertjes verloren raakten werden er bij de uitgever letterstrookjes aangeschaft. De lettertjes op deze strookjes werden met een schaar losgeknipt of nog beter met een beiteltje afgestoken.

Op de rand van het dekseltje staat:
J.B. Wolters te Groningen.

Klassikale leesplank.


De plaatjes van de klassikale leesplank zijn 4 maal zo hoog en breed als die op het leesplankje. Onder elk plaatje zijn zoveel spijkertjes geslagen, als er letters onder hangen moeten en aan elk spijkertje komt een grote kartonnen letter te hangen, 8 cm hoog; de breedte wisselt met de breedte van de letter. Boven in 't karton van elke letter is een koperen oog aangebracht, waarmee ze aan 't spijkertje kan gehangen worden. Onder langs de leesplank is een smal bakje, waarin met de letters gewerkt kan worden; dit verklaart dus de vierde gleuf op 't plankje. Bij de leesplank werd een standaard geleverd, ook kon de leesplank worden opgehangen of op een ezel gezet.
In 1911 kostte deze klassikale leesplank
fl 7,50.

Zowel het leesplankje als de klassikale leesplank noemen we de "verbeterde leesplank". Dit komt omdat de eerder leesplanken van M.B. Hoogeveen volledig vernieuwd is. C. Jetses maakte nieuwe illustraties die het een veel aantrekkelijker aanzien gaf. Hierdoor werd de leesmethode een succes.

Vertelselplaat.


De vertelselplaat vormt een centraal onderdeel in Hoogeveen's methode voor het aanvankelijk lezen. De centrale figuur op de plaat is Teun, een man die een aapje aan een touw heeft. Op de plaat is van alles te beleven. De afbeeldingen van de vertelselplaat zijn terug te vinden op het leesplankje. De plaat heeft een afmeting van110cm bij 82 cm en is van karton.
In 1911 kostte deze vertelselplaat fl 3,90.


Het kenmerkende van de leesmethode van Hoogeveen is dat de leerlingen door middel van de vertellingen in een keer met alle normaalwoorden tegelijk in aanraking kwamen. Vervolgens herkenden ze de figuren uit de vertelling op de vertelselplaat. wanneer ze daarna het plankje in handen kregen waren de afbeeldingen reeds bekend en konden ze door de leerlingen zelf benoemd worden.

Handleiding.


Handleiding voor het aanvankelijk leesonderwijs. Toelichting bij Hoogeveen's leesplank en bij de vertelselplaat, geïllustreerd en gebonden. In deze drie handleidingen (tweede druk uit 1910, derde druk uit 1911 en vijfde druk uit 1914) is beschreven hoe de lesmaterialen te gebruiken. De handleiding heeft een afmeting van 15 cm bij 23 cm, en telt ongeveer 156 pagina's.
In 1911 kostte deze handleiding fl 1,90.
Dit zijn mijn eigen handleidingen

.

Leesboekjes.


Bij dit plankje van Hoogeveen's leesmethode horen zes leesboekjes. Het betreft een nieuwe uitgave geïllustreerd met zwarte plaatjes en 1 gekleurd, door C. Jetses. De zes leesboekjes zijn uitgegeven met een harde en zachte kaft. Die met een harde kaft hebben een afmeting van 19,5 cm bij 16,5 cm. De zachte kaftboekjes zijn 21 bij 17 cm. De boekjes zijn geschreven door M.B. Hoogeveen, Jan Ligthart en H. Scheepstra.
In 1911 kostte een leesboekje fl 0,25.


Het eerste leesboekje bevat behalve de woordjes van het leesplankje (normaalwoorden) alleen woorden van de vorm oom, moe en raam, en geen woorden, die met b,d,h,k,p of t beginnen, of op b of d eindigen. Als de leerlingen een normaalwoord niet herkennen, worden ze naar de leesplank verwezen. Het boekje vormt zo een heel geleidelijke overgang van het leesplankje naar het leesboekje.

Het tweede leesboekje bevat nog alleen de woorden van de vorm oom, moe en raam. In de tweede helft staan ook woorden, die met b, d, h, k, p, of t beginnen en die geen normaalwoorden zijn; b en d aan 't eind komen nog niet voor.

Het derde leesboekje bevat hoofdzakelijk nog eenlettergrepige woorden, maar nu komen ook twee medeklinkers naast elkaar voor: aan 't eind of aan 't begin. Verder is af en toe het woord "heb" gebruikt. De stof bevat geen enkele "moeilijkheid", daardoor kan alle aandacht aan het technisch lezen besteed worden. Elk lesje staat nog op een bladzijde.

In het vierde leesboekje wordt bekendheid verondersteld met de stomme e, de volkomen klinkers in open lettergrepen, de dubbele medeklinkers en de d aan 't eind. De woorden en zinnen zijn nog heel eenvoudig van vorm; de inhoud is zodanig, dat hij door zeer middelmatige leerlingen begrepen wordt. Elk lesje kan worden gelezen, zonder dat een blad behoeft te worden omgeslagen. In het 12de lesje ziet men, welk boekje met dit parallel kan gaan. Pim en Mien I is weer iets gemakkelijker dan dit vierde stukje en kan dus tegelijk met dit gebruikt worden ter oefening in het vaardig lezen. Het verdient aanbeveling, de moeilijkste woorden van de lesjes uit dit vierde stukje, voor ze te laten lezen, eerst nog op het leesplankje (of op het dicteerplankje) te laten leggen.

Het vijfde leesboekje kan worden gelezen, als de tweeklanken, de overbodige w, de ng en de nk op het leesplankje behandeld zijn en de bordlesjes uit de Handleiding, welke hierop betrekking hebben, geheel of gedeeltelijk zijn behandeld. Naast dit deeltje gebruikte men het tweede of derde stukje van Pim en Mien.

Het zesde leesboekje komen als nieuwe moeilijkheden voornamelijk voor: sch = s en de achtervoegsels ig en lijk. De woorden en de zinnen zijn alleen naar de vorm iets moeilijker genomen dan in de vorige stukjes; de inhoud is overal even eenvoudig. Om het lezen van moeilijker boekjes voor te bereiden, zijn in de laatste lesjes de zinnen niet meer regel voor regel geplaatst. Naast dit boekje gebruikte men Pim en Mien IV.

De tweede serie boekjes (hiernaast afgebeeld) zijn uitgegeven voor de Christelijke school en bewerkt door A. J. Drewes.

Net als het leesplankje zijn de boekjes uitgegeven door J. B. Wolters uit Groningen.

Standaard voor de klassikale leesplank.


De standaard heeft een afmeting van 200 cm hoog , 85 cm breed, 70 cm diep en is gemaakt van hout. Op deze standaard werd de klassikale leesplank hoog voorin de klas gemonteerd. Deze plank was dan goed te zien. De kinderen konden op de twee treden stappen om bij de leespank te komen.
In 1911 kostte deze standaard fl 7,50.

Dicteerdoosje.


Het dicteerdoosje met legplankje (dicteerplankje). Het dicteerdoosje werd door de kinderen gebruikt voor lees- en dicteeroefeningen. De 44 hokjes van het dicteerdoosje bevatten ieder 7 kaartjes, totaal 308 kaartjes. Op het legplankje konden rijen woorden en samenhangende zinnetjes worden gelegd, zonder dat het bezwaar van lettergebrek zich voordeed.
In 1911 kostte dit dicteerdoosje fl 0,75.

Leesplankje M.B. Hoogeveen vanaf 1910 t/m 1916.

Leesplankje M.B. Hoogeveen1910-1916. Aap Noot Mies
letterdoosje Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
letterstrookje Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Klassikale leespank M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Vertelselplaat M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Handleiding M.B. Hoogeveen. 1911. Aap Noot Mies
Handleiding M.B. Hoogeveen 1914. Aap Noot Mies
Handleiding M.B. Hoogeveen 1914. Aap Noot Mies
Eerste leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Tweede leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Derde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Vierde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Vijfde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Zesde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Eerste leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Tweede leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Derde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Vierde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Vijfde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
Zesde leesboekje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies
klassikale leesplank standaard M.B. hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies.
Dicteerdoosje M.B. Hoogeveen 1910-1916. Aap Noot Mies

Copyright © 2013— Ger van Wijngaarden